logo

Persbericht: Maten voor gemeenten

05 februari 2009

Omvang gemeentelijke dienstverlening loopt licht terug

  • In 2005 bedroegen de uitgaven van gemeenten circa 38 miljard euro. Gecorrigeerd voor inflatie stegen de uitgaven in de periode 2000-2005 gemiddeld met 0,4% per jaar. In diezelfde periode liep de productie van de gemeentelijke dienstverlening terug met 0,3% per jaar. Dit impliceert dat de relatieve kostprijs van gemeentelijke diensten in de betreffende periode met ongeveer 0,8% per jaar is toegenomen.
  • Na de sterke stijging van de gemeentelijke uitgaven in 2002, werd in 2003 pas op de plaats gemaakt. Het jaar 2004 stond in het teken van bezuinigingen. Ook in 2005 was, na correctie voor de opgetreden inflatie, nog sprake van een verdere afname van de uitgaven. Daarmee reageerden de gemeentelijke uitgaven met enkele jaren vertraging op de recessie in de marktsector die reeds vanaf 2001 inzette.

  • Naar het zich laat aanzien zal het niveau van de uitgaven in 2006 en 2007 (na correctie voor inflatie) min of meer gelijk blijven. Het is te verwachten dat dit gepaard zal gaan met een verdere daling van de gemeentelijke productie.

  • Hoewel de door gemeenten verleende of gefinancierde diensten weliswaar aan vrij hoge standaarden voldoen, blijkt er in de periode 2000-2005 slechts in beperkte mate sprake van een kwaliteitsverbetering.

Dit zijn de belangrijkste conclusies uit de SCP-publicatie Maten voor gemeenten 2007. Een analyse van de prestaties van de lokale overheid, die op dinsdag 6 november jl. is verschenen. In het rapport geven de onderzoekers dr. Bob Kuhry en dr. Jedid-Jah Jonker een beeld van de uitgaven en prestaties van gemeenten in de periode 2000-2005. Het rapport biedt een verdere uitwerking en verdieping van de vijf eerdere studies in deze reeks. Alle studies werden verricht op verzoek van het ministerie van BZK, dat in het kader van het Plan van Aanpak Transparantie in de financiƫle verhouding een beter inzicht wil krijgen in de relatie tussen taken en middelen op gemeentelijk niveau.


Gemeentelijke dienstverlening

Gemeenten leveren een breed scala aan diensten op uiteenlopende gebieden, zoals burgerlijke stand, brandweer, wegenonderhoud, onderwijs, zorg, cultuur, recreatie, bijstand, werkgelegenheid, milieubeheer, riolering, stadsreiniging, woningexploitatie, bouwvergunningen, woningdistributie, stedelijke vernieuwing en openbaar vervoer. De gemeentelijke productie op deze gebieden is gemeten met behulp van verschillende indicatoren die deels betrekking hebben op prestaties van gemeenten en deels op het gebruik van gemeentelijke diensten door burgers. De totale productie van gemeenten is vervolgens berekend met behulp van een gewogen optelling van de productie op de verschillende deelgebieden. Overigens blijft een deel van de gemeentelijke uitgaven (grondbedrijf, nutsbedrijven en havenbedrijven) in dit rapport buiten beschouwing.


Lichte groei uitgaven

In de periode 2000-2005 groeiden de uitgaven van gemeenten voor de onderzochte taakvelden met ruim 3% per jaar tot circa 38 miljard euro in 2005. Gecorrigeerd voor de algemene toename van het prijspeil is er in deze periode sprake van een stijging met gemiddeld 0,4% per jaar. De groei is echter vooral geconcentreerd in de beginperiode. 2002 was een jaar van sterke groei, die niet alleen tot uitdrukking kwam in de uitgaven maar ook in de omvang van het personeel. In 2003 maakten de gemeenten pas op de plaats en in 2004 en 2005 was sprake van een uitgavendaling met enkele procenten. Ook voor 2006 en 2007 laten begrotingscijfers nauwelijks groei zien. Daarmee reageren gemeenten (net als het Rijk) vertraagd op de conjuncturele ontwikkelingen in de marktsector, waar al in 2001 een stagnatie in de groei optrad. Ook over een langere periode - van 1995 tot 2005 - is nauwelijks sprake van een groei van de uitgaven. Gedurende deze jaren blijven de gemeentelijke uitgaven niet alleen sterk achter bij de ontwikkeling van het Bruto Binnenlands Product (BBP), maar ook bij de publieke uitgaven voor onderwijs, zorg en veiligheid. Overigens heeft dit achterblijven van de gemeentelijke uitgaven in de beginjaren vooral te maken met de verzelfstandiging van een aantal gemeentelijke taken (gemeentelijke woningbedrijven, gemeentelijke verzorgingshuizen en verpleeghuizen, openbaar vervoer en openbaar onderwijs).


Lichte daling productievolume

De productie van gemeenten liep in de periode 2000-2005 gemiddeld terug met 0,3% per jaar. Overigens is deze daling deels een gevolg van de afstoting van taken. Na correctie voor toegevoegde en afgestoten taken is de gemiddelde jaarlijkse daling van het productievolume iets geringer. Daarmee blijft de groei van de gemeentelijke productie duidelijk achter bij de gemiddelde jaarlijkse groei van de bevolking in de betrokken periode (0,6%). Ook voor 2006 en 2007 wordt een lichte verdere daling van het gemeentelijk productievolume voorzien.


Stijging relatieve kostprijs gemeentelijke dienstverlening

De relatieve kostprijs van de gemeentelijke dienstverlening vertoont een gemiddelde stijging van 0,8% per jaar. Dit betekent dat gemeentelijke diensten per jaar aanzienlijk sneller in prijs stijgen dan het gemiddelde voor een dienst of product. Deze prijsstijging bij de gemeentelijke dienstverlening wordt deels veroorzaakt door een betrekkelijk hoge incidentele looncomponent, deels door een afname van de productie per werknemer en daarnaast ook door een toename van de inzet van kapitaallasten, materiƫle middelen en uitbestedingskosten. Tegelijkertijd kan ook het onvolledig meten van de kwaliteit en effectiviteit van de productie een verklaring vormen voor de toename van de kostprijs. De beschikbare gegevens geven echter aan, dat de door gemeenten verleende of gefinancierde diensten weliswaar aan vrij hoge standaarden voldoen, maar dat er maar in beperkte mate sprake lijkt te zijn van een kwaliteitsverbetering in de periode 2000-2005.


Enkele specifieke uitkomsten

  • Gemeenten zijn succesvol geweest in het terugdringen van het beroep op de bijstand. Daarentegen zijn ze er vooralsnog niet in geslaagd om de rijkssubsidie voor het werkdeel van de Wet werk en bijstand geheel te besteden. Er is sprake van aanzienlijke overschotten doordat de re-integratietrajecten beduidend minder kosten dan de middelen die vrijvallen door de afbouw van het gesubsidieerd werk.

  • In de programmabegrotingen die gemeenten hebben ontwikkeld in het kader van het Besluit begroten en verantwoorden worden ambitieuze voornemens kenbaar gemaakt, waarvan de voortgang wordt gevolgd aan de hand van daarop toegesneden indicatoren. Echter, de hiermee gegeven verantwoording heeft vooral betrekking op de realisatie van specifieke beleidsvoornemens (zoals verhogen participatie, terugdringen criminaliteit, tegengaan van ongediplomeerde schooluitval, tegengaan congestie) en in veel mindere mate op de doelmatigheid van de gemeentelijke uitgaven.

  • Op verzoek van het ministerie van BZK is ingegaan op het profijt dat jongeren hebben van de gemeentelijke uitgaven. Mogelijk kan in een volgende editie meer integraal worden ingegaan op het profijt van gemeentelijke uitgaven. Het blijkt dat de gemeentelijke uitgaven voor niet-westerse allochtone kinderen enkele malen hoger zijn dan die voor andere groepen kinderen. Dit heeft vooral te maken met onderwijssubsidies en met het beroep op de bijstand.


 

Home / Publicaties / Alle publicaties / Publicaties 2007 / Maten voor gemeenten 2007 / Persbericht: Maten voor gemeenten

Menu