logo

Persbericht: Nieuwe links in het gezin

05 februari 2009

Ouders hebben veel vertrouwen in hun eigen kind online

  • Ruim 40% van de tieners heeft een computer met internetverbinding op de eigen kamer.
  • Bijna alle tieners gebruiken msn. Bijna de helft van alle ouders zegt goed te weten wat msn inhoudt. Eén op de drie ouders heeft een eigen msn-account.

  • Moeders zijn minder vaardig met computergebruik dan de andere gezinsleden. Bij moeilijke taken zijn vaders toch vaak handiger dan hun zoons.

  • Van de tieners met een eigen website is meer dan de helft van de ouders hiervan niet op de hoogte.

  • De helft van de tieners heeft nieuwe mensen leren kennen via internet; driekwart van hen heeft deze nieuwe contacten ook in het echt ontmoet.

  • Slechts 4% van de ouders denkt dat hun eigen kind wel eens pest via msn, terwijl 12% van de tieners aangeeft dit wel eens te doen.

  • Een meerderheid van de ouders maakt zich zelden of nooit zorgen over het internetgebruik van hun kinderen.

Dit zijn enkele conclusies uit de SCP-publicatie Nieuwe links in het gezin. De digitale leefwereld van tieners en de rol van hun ouders, die op donderdag 15 maart jl. is aangeboden aan dr. Mark Frequin, directeur-generaal Energie en Telecom van het ministerie van Economische Zaken. De aanbieding vond plaats tijdens een discussiebijeenkomst, georganiseerd door Digibewust (ECP) en het SCP.

In de publicatie geven drs. Marion Duimel en prof.dr. Jos de Haan, op basis van onderzoek onder ruim 1500 tieners en bijna 1100 ouders (2005/2006), een beeld van de digitale leefwereld van tieners en de plaats die de ouders daarbij innemen. Aandacht wordt onder meer besteed aan het computer- en internet gebruik alsook de ict-vaardigheden van tieners en ouders, de bekendheid van ouders met het gedrag van tieners op het internet en het feitelijke sociale leven van tieners online . Verder wordt ingegaan op de veiligheid van het internet voor tieners en de rol die ouders daarbij kunnen of moeten spelen. Het rapport kwam tot stand met steun van het ministerie van Economische Zaken.


Bijna alle gezinnen met tieners beschikken over een computer met internetverbinding

Vrijwel alle (98%) gezinnen met tieners hebben een computer met internetverbinding thuis, in bijna alle gevallen (94%) met breedband. Van de tieners gebruikt 82% dagelijks internet thuis tegenover 50% van de ouders. 76% van de gezinnen heeft 2 of meer computers thuis en 42% zelfs 3 of meer. Als er één computer in huis is, dan staat deze in bijna de helft (48%) van de gevallen in de woonkamer, bij elke extra computer in huis neemt de kans sterk toe dat er één op de kamer van een jongere staat. Meer dan de helft (55%) van de tieners heeft een computer op de eigen kamer; 43% van hen beschikt over een computer op de eigen kamer met een internetverbinding. Deze laatste jongeren gebruiken internet langer, chatten langer op msn en hebben ook vaker een eigen website.


Bijna alle tieners gebruiken msn. Eén op de drie ouders heeft zelf een msn-account

Bijna alle tieners (95%) gebruiken msn. 69% doet dit dagelijks en 62% doet dit langer dan een uur per keer. De meeste (90%) jongeren vinden face-to-face contacten het belangrijkst, terwijl msn door 77% van hen belangrijk wordt gevonden. Het versturen van brieven met de post of het chatten in een chatroom zijn het minst populair (beide 10%). Voor een serieus of belangrijk gesprek verkiezen tieners echter de telefoon boven msn. De meesten hebben meer dan 100 contactpersonen in hun msn contactpersonenlijst staan, maar 70% heeft met minder dan 20 personen daadwerkelijk regelmatig contact. De helft van de tieners gebruikt een webcam bij het msn'en. Eén op de drie ouders heeft zelf een msn account. Bijna de helft (45%) van alle ouders zegt goed te weten wat msn inhoudt. Slechts één op de tien jongeren is het ermee eens dat tieners die niet msn'en er niet meer bijhoren.

Vaders vaak vaardiger bij moeilijke ict-taken

Ouders schatten hun tieners vaardiger in dan zichzelf en bovendien vaardiger dan de tieners zichzelf inschatten. Toch zijn tieners niet aanzienlijk beter in relatief makkelijke vaardigheden dan hun ouders (zoals zinnen verplaatsen in een tekst, afbeelding roteren, emailverzendlijst maken e.d.). Hooguit de helft van de tieners heeft moeilijker vaardigheden onder de knie (zoals. windows of een anti-virus programma installeren, een harde schijf plaatsen). Hier zijn de vaders duidelijk handiger in, ook wanneer de vaders worden vergeleken met de zonen. Als er al een digitale gezinskloof bestaat dan is dat tussen de moeders en rest van de gezinsleden. Moeders maken minder vaak gebruik van de computer en het internet, op minder diverse wijze en hebben ook minder vaardigheden. In de meerderheid van de gezinnen helpen gezinsleden elkaar met het internetgebruik. Bijna de helft (45%) van de tieners zegt de juistheid van informatie op internet te checken.


Meerderheid ouders op de hoogte van computeractiviteiten, internetzoekgedrag en msn-gedrag

Circa twee op de drie ouders weet wat hun tiener wel en niet op de computer doet en op internet zoekt al denken minder ouders dat hun tiener zich hiermee bezig houdt dan de tieners zelf aangeven. Ook weten de ouders vrij goed wat hun tiener wel en niet op msn doet. Hierbij onderschatten ze wel de frequentie en de duur van het msn-gebruik. Van de tieners met een website (bv. profielsite) is meer dan de helft (55%) van de ouders hiervan niet op de hoogte. 13% van de ouders weet wel dat hun kind een site heeft maar weet niet wat erop staat, 23% weet dat een beetje en 9% is daarvan goed op de hoogte. De helft van de tieners heeft nieuwe vrienden leren kennen via internet, een ruime meerderheid (78%) van hen heeft deze nieuwe contacten deze ook in het echt ontmoet. De meeste ouders van deze tieners zeggen dat hun tiener volgens hen geen nieuwe internetvrienden in het echt heeft leren kennen.


Hebben ouders te veel vertrouwen in het eigen kind op internet?

'Gewenst gedrag' van het eigen kind wordt overschat. 81% van de ouders geeft aan dat het kind volgens hen de computer wekelijks of vaker gebruikt voor huiswerk, tegen 62% van de tieners. 'Ongewenst gedrag' wordt onderschat. Risico's op internet worden over het algemeen herkend maar minder ouders denken dat deze voor het eigen kind gelden. De helft van de ouders meent dat veel jongeren via msn worden gepest, maar slechts 4% denkt dat hun eigen kind wel eens pest, terwijl 12% van de tieners aangeeft dit wel eens te doen. 37% van de tieners zegt dat ze wel eens iemand voor de gek houden via msn door zich als een ander voor te doen; 9% van de ouders denkt dat dit het geval is. 85% van de ouders maakt zich zelden of nooit zorgen over de mogelijkheid dat hun kind ongewenst gedrag vertoont via de webcam, msn en op het web geplaatste foto's. De meerderheid (56%) van de ouders controleert het websitebezoek van hun tiener niet omdat ze hem of haar vertrouwen. 65% van de ouders maakt zich zelden of nooit zorgen dat hun kind een privé-leven op internet heeft waar ze geen zicht op hebben.


In de minderheid van de gezinnen wordt voorlichting gegeven over internet of regels gesteld

Slechts in een minderheid van de gezinnen geven ouders hun kinderen voorlichting over onbetrouwbare informatie, porno, geweld of racistische uitspraken op internet. Hetzelfde geldt voor regels over hoelang en wanneer er gebruik mag worden gemaakt van internet en welke websites bezocht mogen worden. Meer ouders geven aan dat er voorlichting gegeven is of regels gelden dan de tieners aangeven.

De meeste ouders (67%) praten minder dan eens per week of zelden tot nooit met hun tieners over internetgebruik.


 







Home / Publicaties / Alle publicaties / Publicaties 2007 / Nieuwe links in het gezin / Persbericht: Nieuwe links in het gezin

Menu