logo

Persbericht: Verklaringsmodel verpleging en verzorging

05 februari 2009

Tot 2030 groei van zowel publieke als particuliere zorg voor ouderen

  • Tussen 2006 en 2030 zal de vraag naar verpleging en verzorging toenemen met 34%. In diezelfde periode zal het aantal 65-plussers groeien met 63%.
  • Tot 2030 zal de vraag naar huishoudelijke verzorging met 31% groeien. Het feitelijk gebruik van huishoudelijke verzorging via de WMO zal in diezelfde periode met 18% groeien. Dit wordt deels verklaard door de groei van de particuliere hulp met 58%.

  • De vraag naar verblijf in een verpleeg- of verzorgingshuis zal tot 2030 groeien met 40%, de vraag naar thuiszorg met 32%.

  • Het feitelijk gebruik van verpleeg- en verzorgingshuiszorg is lager dan de vraag, omdat veel ouderen ervoor kiezen om langer zelfstandig te blijven wonen met hulp van thuiszorg.

Dit zijn enkele conclusies uit de SCP-publicatie Verklaringsmodel verpleging en verzorging 2007, die op donderdag 29 november jl. is verschenen. In het rapport presenteren de onderzoekers dr. Jedid-Jah Jonker, dr. Klarita Sadiraj, dr. Isolde Woittiez, drs. Michiel Ras en drs. Meike Morren ramingen van de vraag naar en het gebruik van verpleging en verzorging van 2006 tot 2030. Het betreft een actualisering van het onderzoek Verpleging en verzorging verklaard dat in 2004 is verschenen. Tot verpleging en verzorging worden verschillende vormen van thuiszorg (huishoudelijke hulp, persoonlijke verzorging, verpleging) en intramurale zorg (verzorgingshuiszorg, verpleeghuiszorg) gerekend. Ook veel gebruikte andere oplossingen, zoals informele hulp en (zelf betaalde) particuliere hulp, worden in dit onderzoek meegenomen. Bij de berekeningen wordt onderscheid gemaakt tussen vraag en gebruik. Het verschil tussen vraag en gebruik wordt onder meer veroorzaakt door wachtlijsten. Vaak maken mensen die op een wachtlijst staan gebruik van vervangende zorg.

Het verklaringsmodel is ontwikkeld op verzoek van het ministerie van VWS

Sinds 1 januari 2007 valt huishoudelijke hulp niet langer onder de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) maar onder de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO). Hierdoor is de huishoudelijke hulp een verantwoordelijkheid van de gemeenten geworden. In dit onderzoek zijn zowel voorzieningen betrokken die onder de AWBZ als voorzieningen die onder de WMO vallen.

In vergelijking met de ramingen uit 2004 komen de huidige ramingen van de vraag iets lager uit, en die van het gebruik iets hoger. Dit wordt onder andere veroorzaakt door de aangepaste bevolkingsprognose van het CBS en de aangepaste ramingen van aandoeningen door het RIVM.


Vraag naar zorg groeit minder snel dan de vergrijzing

De vraag naar verpleging en verzorging zal tussen 2006 en 2030 toenemen met 34%. Dit is minder dan de groei van het aantal 65-plussers in diezelfde periode (63%). Een verklaring hiervoor is dat de ouderen van morgen over het algemeen gezonder en welvarender zijn dan de generaties vóór hen en dat zij voor hun zorg minder snel aankloppen bij de overheid.


Particuliere hulp steeds belangrijker

De vraag naar huishoudelijke verzorging groeit met 31% harder dan het gebruik van huishoudelijke verzorging via de WMO (18%). Daarnaast groeit het gebruik van particuliere hulp met 58%. Hieruit blijkt dat in de vraag naar huishoudelijke verzorging steeds vaker zal worden voorzien door zelf geregelde hulp. Aangezien het gebruik van informele hulp slechts met 12% toeneemt, wordt deze vorm minder gebruikt als alternatief voor thuiszorg.


Vraag naar verblijf groeit harder dan zorg thuis

De vraag naar verblijf in een verpleeg- of verzorgingshuis groeit tussen 2006 en 2030 naar verwachting met 40% en de vraag naar thuiszorg met 32%. De groei van het gebruik van beide blijft hierbij achter met respectievelijk 32% en 25%. De groei van het verblijf in een verpleeg- of verzorgingshuis wordt voornamelijk veroorzaakt door de vergrijzing. Dat het gebruik minder snel groeit dan de vraag, komt omdat mensen die verzorgingshuiszorg vragen, er steeds vaker voor zullen kiezen om thuis te blijven wonen en gebruik te maken van zwaardere vormen van thuiszorg, zoals persoonlijke verzorging en verpleging. Van deze zwaardere thuiszorgvoorzieningen groeit het gebruik dan ook iets sneller dan de vraag.


Opleiding belangrijk voor keuze van zorg

De vergrijzing, de relatieve groei van het aantal aandoeningen en het feit dat ouderen steeds vaker alleen wonen leiden ertoe dat ouderen meer zorg nodig hebben. De vorm van zorg die wordt gekozen, hangt echter ook van andere ontwikkelingen af. Ouderen zijn namelijk steeds beter opgeleid, waardoor ze steeds vaker kiezen voor particuliere hulp in plaats van hulp die wordt gefinancierd door de overheid. Dit komt omdat hoger opgeleiden de regie over het dagelijks leven meer in eigen hand willen houden en omdat ze doorgaans over meer inkomen beschikken. Ook kiezen ouderen vaker voor zwaardere vormen van thuiszorg dan voor volledige verzorgingshuiszorg. Dit komt mede door het feit dat de ouderen met een hoog opleidingsniveau en een goede inkomensvoorziening in kwalitatief betere woningen wonen, die makkelijker aangepast kunnen worden aan de levensomstandigheden.

 

Home / Publicaties / Alle publicaties / Publicaties 2007 / Verklaringsmodel verpleging en verzorging 2007 / Persbericht: Verklaringsmodel verpleging en verzorging

Menu