logo

Persbericht: Overgebleven dorpsleven

29 juni 2009

Lokale cultuur op platteland nog springlevend

  • Plattelandsbewoners zijn iets meer georiënteerd op de lokale gemeenschap dan stedelingen.

  • De relatief sterke samenhang tussen buren draagt bij aan de positieve waardering van plattelandsbewoners voor verschillende aspecten van hun leven.

  • De mate waarin plattelandsbewoners willen en kunnen investeren in de sociale vitaliteit van hun omgeving is niet afhankelijk van de lokale oriëntatie van bewoners.

  • Ondanks grotere afstanden ervaren plattelandsbewoners niet meer problemen met vervoer dan stedelingen

  • Lokale culturele tradities zijn op het platteland nog springlevend

  • Plattelandsbewoners zijn relatief etnocentrisch

Dit zijn enkele conclusies uit de SCP-publicatie Overgebleven dorpsleven. Sociaal kapitaal op het hedendaagse platteland , die op 1 december jl. is verschenen. In het rapport geven de onderzoekers

dr. Lotte Vermeij (SCP) en drs. Gerald Mollenhorst (UU) een beeld van het sociaal kapitaal op het platteland. Voor het kwantitatieve onderzoek werden ruim 2000 personen thuis geïnterviewd. Centraal staat de vraag wat er overbleef van de al dan niet vermeende 'hechte dorpsgemeenschap' en welke consequenties dit heeft voor onderwerpen als eenzaamheid, problemen met vervoer, deelname aan het verenigingsleven en etnocentrisme.

Dit rapport is de vierde publicatie in het onderzoeksprogramma Sociale Staat van het Platteland, dat het SCP op verzoek van het ministerie van LNV uitvoert. Het doel is een monitor te ontwikkelen ter signalering van belangrijke sociale en culturele veranderingen op het platteland. Eerder verscheen een verkennend onderzoek naar de leefsituatie op het platteland ( Thuis op het platteland 2006), een kwalitatief onderzoek naar het sociale leven op het platteland ( Het beste van twee werelden 2007) en een onderzoek naar het belang van het platteland voor de Nederlandse bevolking ( Het platteland van alle Nederlanders 2008), dat gebaseerd is op dezelfde enquête als die in de huidige publicatie gebruikt wordt.


Plattelandsbewoners iets meer gericht op de lokale gemeenschap dan stedelingen

Plattelandsbewoners ervaren de sociale samenhang in hun buurt als sterker dan stedelingen. In vergelijking met stedelingen geven meer van hen aan dat buurtgenoten elkaar groeten, elkaar in de gaten houden en in actie komen wanneer de gordijnen een paar dagen dicht blijven bij een oudere buurtbewoner of wanneer het vermoeden bestaat van kindermishandeling. Daarbij woont een iets groter deel van de personen die belangrijk zijn voor plattelandsbewoners dichtbij. Dit betekent niet dat de sociale verbanden op het platteland bijzonder hecht zijn. De netwerken van stedelingen zijn juist iets dichter, wat betekent dat hun contacten elkaar ook relatief vaak onderling kennen. Relaties van stedelingen vervullen ook iets vaker meerdere functies voor elkaar.


Leefbaarheid op het platteland is goed, mede dankzij de sociale samenhang

In vergelijking met stedelingen voelen relatief weinig plattelandsbewoners zich eenzaam (9% tegen 15% van de stedelingen) of onveilig op straat (11% tegen 24%). Plattelanders zijn tevredener met de woonomgeving (91% tegen 81% van de stedelingen). Hoewel wat meer plattelanders problemen ervaren met het bereiken van speciale winkels (12% tegen 9% van de stedelingen), geven juist minder plattelandsbewoners aan wel eens problemen te ervaren om zelf ergens te komen (17% tegen 22% van de stedelingen). Ondanks de langere afstanden op het platteland ervaren plattelandsbewoners dus niet bijzonder veel problemen met vervoer. De goede ervaren leefbaarheid is mede te danken aan de sterke sociale samenhang tussen buren alsmede aan het grote aandeel mensen dat samenwoont met een (huwelijks)partner.


Lokale culturele tradities zijn springlevend

Van de plattelandsbewoners geeft 84% aan dat in zijn of haar omgeving een lokaal dialect of streektaal gesproken wordt; van de stedelingen is dit maar 56%. Ook is het platteland rijker aan lokale feesten met een historische betekenis (66% ten opzichte van 54%), eetcultuur (43% ten opzichte van 32%) en het gebruik lokale vlaggen uit te hangen (50% ten opzichte van 36%). Als tradities aanwezig zijn, doen plattelanders hier bovendien duidelijk vaker aan mee dan stedelingen. Deze lokale culturele tradities zijn populairder onder oorspronkelijke bewoners dan onder nieuwe bewoners van het platteland en ze gedijen het best wanneer er een sterke samenhang tussen buren bestaat.


Houding van plattelandsbewoners is redelijk open, maar niet ten opzichte van allochtonen

Van de plattelandsbewoners vindt 44% nieuwe bewoners belangrijk voor de levendigheid in de dorpen. Tegelijkertijd vindt 24% dat zij de sociale banden binnen de plattelandssamenleving bedreigen. Ook is 52% van mening dat ze altijd nieuwkomers zullen blijven. In vergelijking met stedelingen hebben plattelandsbewoners iets meer vertrouwen in hun invloed op de provinciale politiek. Over hun invloed op het lokale en landelijke niveau verschillen ze niet van mening. Van de plattelanders vindt 48% dat er teveel allochtonen in Nederland zijn, tegenover 38% van de stedelingen. De mate waarin mensen op de lokale gemeenschap gericht zijn is niet van invloed op de houding ten opzichte nieuwe bewoners, allochtonen of de politiek.


Sociale vitaliteit op het platteland niet afhankelijk van lokale oriëntatie van bewoners

Plattelandsbewoners zijn vaker actief kerklid dan stedelingen, maar in hun betrokkenheid als verenigingslid, vrijwilliger of mantelzorger verschillen de plattelandsbewoners niet veel van de stedelingen. Ook deze vormen van sociale vitaliteit zijn niet afhankelijk van de gerichtheid op de lokale gemeenschap.


Verschillen binnen het platteland, maar geen scherpe contrasten

Het platteland werd afgebakend op basis van de stedelijkheidsgraad. Postcodegebieden met gemiddeld 1000 adressen per vierkante kilometer of minder in de omgeving worden gerekend tot het platteland. Hierbinnen werden vijf plattelandstypen onderscheiden. Het gros van de plattelandsbewoners woont in de grotere dorpen van het 'dorpse platteland' (51%), de kleine dorpen van het 'gesloten platteland' (32%) of de gehuchten en verspreide bebouwing van 'het woonplatteland' (5%). Het gesloten platteland lijkt van deze types het meest uitgesproken te verschillen van de stad, maar alle drie vertonen ze een vergelijkbaar beeld. Twee typen vertonen een afwijkend beeld: Op het mooie en centrale 'elitaire platteland' (4%) wonen mensen naar volle tevredenheid. Hoewel deze bewoners een hecht verband met buren ervaren, zijn ze in hun verplaatsingen en contacten naar buiten gericht en weinig actief in lokale culturele tradities. In de woonwijken van het 'stedelijke platteland' (6%) ervaren bewoners relatief veel eenzaamheid en weinig samenhang in de buurt. De typen verschillen echter niet scherp van elkaar.



 



Home / Publicaties / Alle publicaties / Publicaties 2008 / Overgebleven dorpsleven / Persbericht: Overgebleven dorpsleven

Menu