logo

Persbericht: Overwegend onderweg

04 februari 2009

Afbeelding 1 Afbeelding 2


Nederlanders kiezen steeds meer voor de auto

  • Door veranderingen in de leefsituatie kiezen Nederlanders voor hun dagelijkse activiteitenpatronen in toenemende mate voor de auto.
  • De afgelopen decennia is er weinig veranderd in de tijdstippen waarop Nederlanders onderweg zijn. Wel lijken de pieken in het woon-werkverkeer en het onderwijsgerelateerde verkeer in toenemende mate samen te vallen met andere vormen van mobiliteit,
  • Ouderen maken steeds vaker gebruik van de auto, en doen dit tot op steeds hogere leeftijd ook steeds vaker als bestuurder.
  • In het algemeen zijn allochtonen - en dan vooral de vrouwen - minder vaak onderweg dan autochtonen. Vooral Turken en Marokkanen fietsen veel minder vaak (10% van de ritten) dan autochtonen (27% van de ritten).
  • Met bijna 45% van alle verreden kilometers en bijna 40% van alle gemaakte verplaatsingen is vrije tijd de belangrijkste bron van mobiliteit.
  • Met meer dan de helft van alle verplaatsingen en 80% van de verreden kilometers is de auto het meest gebruikte vervoermiddel in de vrije tijd. Voor maar één op de 30 verplaatsingen in de vrije tijd wordt het openbaar vervoer gebruikt.
  • Twee derde van alle Nederlanders (67%) vindt de auto het meest aantrekkelijke ver­voermiddel. De fiets wordt door ruim een kwart van de bevolking (27%) het meest aantrekkelijk gevonden, het openbaar vervoer door 4% van de bevolking.

Dit zijn enkele conclusies uit de SCP-publicatie Overwegend onderweg. De leefsituatie en de mobiliteit van Nederlanders die op woensdag 2 juli a.s. verschijnt. In het rapport geeft onderzoeker dr. Lucas Harms een beeld van de ontwikkelingen in de mobiliteit van de Nederlandse bevolking. Er wordt onder andere gekeken naar de veranderingen in de leefsituatie en leefpatronen die van invloed zijn geweest op de groei van de mobiliteit, de verschillen in mobiliteit tussen bevolkingsgroepen, de beweegredenen voor het onderweg zijn, en de beleving en beeldvorming van de dagelijkse mobiliteit. Het rapport is tevens het proefschrift, waarop Lucas Harms op 2 juli jl. aan de Universiteit Utrecht tot doctor promoveert.

Meer afhankelijk van de auto

Nederlanders zijn zich de afgelopen decennia vaker, langer, verder en om meer verschillende redenen gaan verplaatsen. Verklaringen voor de groei van de mobiliteit zijn te vinden in ruimtelijke, sociaal-economische en demografische ontwikkelingen, maar ook sociale en culturele ontwikkelingen spelen een belangrijke rol. Voorbeelden zijn het kleiner worden van de huishoudens en de toename van het aantal alleenwonenden, de arbeidsparticipatie van vrouwen, het combineren van betaalde arbeid met huishoudelijke en zorgtaken, en de intensivering van de vrijetijdsbesteding buitenshuis.

Vaste ritmes en routines

Ondanks de veranderingen in activiteitenpatronen is er de afgelopen decennia weinig veranderd in de piektijden waarop Nederlanders onderweg zijn. Van alle vervoersmotieven kent het woon-werkverkeer het duidelijkste contrast tussen pieken en dalen. Verder zijn de pieken in het woon-werkverkeer en het onderwijsgerelateerde verkeer in toenemende mate gaan samenvallen met andere vormen van mobiliteit, zoals het huishoudelijk en het vrijetijdsverkeer. De ochtendspitsen worden verhoudingsgewijs steeds zwaarder belast door huishoudelijke en zorgmobiliteit. In de avondspitsen is vooral het aandeel van de vrijetijdsmobiliteit toegenomen.


Ouderen vaker zelfstandig onderweg

De afgelopen decennia heeft zich onder ouderen een verzelfstandiging van het mobiliteitsgedrag voorgedaan. Zij maken steeds vaker gebruik van de auto en doen dit tot op steeds hogere leeftijd ook steeds vaker als bestuurder. Het openbaar vervoer wordt door ouderen juist steeds minder gebruikt.


Allochtonen vaker per auto, minder per fiets

Allochtonen zijn minder vaak onderweg dan autochtonen en leggen in ongeveer dezelfde tijd minder kilometers af. Met name de Turkse en Marokkaanse vrouwen komen minder vaak buiten de deur. Turken maken vaker gebruik van de auto (64% van de ritten) dan autochtonen (55%). Marokkanen (51%), Surinamers (50%) en Antillianen (43%) doen dit juist minder vaak. Vooral Surinamers en Antillianen reizen vaak met het openbaar vervoer. Ongeveer een vijfde tot een kwart van de door hen gemaakte ritten gaat per bus, tram, metro of trein. Onder Turken is dit 11%, onder Marokkanen 16%. Bij de autochtonen gaat nog geen tiende van de ritten met het openbaar vervoer. Vooral Turken en Marokkanen fietsen veel minder vaak (ongeveer 10% van alle ritten gaat per fiets) dan autochtonen (27% van alle ritten).


Vrije tijd belangrijkste bron van mobiliteit

In de totale mobiliteit van Nederlanders heeft de vrije tijd een belangrijk aandeel: 38% van alle verplaatsingen en 44% van alle afgelegde kilometers. Dat is aanzienlijk meer dan het woon-werkverkeer en ook meer dan de huishoudelijke trips zoals boodschappen doen en het brengen en halen van de kinderen. Tezamen maken de Nederlanders op jaarbasis 6,6 miljard verplaatsingen in de vrije tijd (inclusief fietsen en wandelen) met een totale afstand van 82 miljard kilometer en een tijdsduur van 2,5 miljard uur, wat neerkomt op ruim 150 uur en ruim 5.000 kilometer per Nederlander per jaar. Met meer dan de helft van alle verplaatsingen en 80% van de verreden kilometers is de auto het meest gebruikte vervoermiddel in de vrije tijd. Fietsen (22% van de verplaatsingen, 6% van de kilometers) en lopen (23% van de verplaatsingen, 2% van de kilometers) blijven daar ver onder.

Het openbaar vervoer wordt voor verplaatsingen in de vrije tijd nauwelijks gebruikt (3% van de verplaatsingen, 9% van de kilometers) en dan vooral ten behoeve van bestemmingen in stedelijke gebieden.

Openbaar vervoer voor velen geen optie

Twee derde van alle Nederlanders (67%) vindt de auto het meest aantrekkelijke ver­voermiddel. De fiets wordt door ruim een kwart van de bevolking (27%) het meest aantrekkelijk gevonden, het openbaar vervoer door 4% van de bevolking. Verder blijkt dat de auto en de fiets door Nederlanders het hoogste worden gewaardeerd, respectievelijk 86% en 84% oordeelt positief. Het openbaar vervoer wordt lager gewaardeerd, ruim een kwart (26%) oordeelt positief, meer dan de helft (51%) oordeelt negatief.

Hoe vaker men gebruikmaakt van auto, fiets en openbaar vervoer, des te positiever men hierover oordeelt. Van degenen die meerdere keren per week per openbaar vervoer reizen heeft een meerderheid (56%) een positief beeld. Anderzijds oordeelt ook van de groep veelgebruikers nog altijd bijna een kwart (24%) negatief over het openbaar vervoer. Ter vergelijking: het aantal negatieve beoordelingen van auto en fiets onder veelgebruikers is verwaarloosbaar klein (respectievelijk 3% en 1%).


 

 

Home / Publicaties / Alle publicaties / Publicaties 2008 / Overwegend onderweg / Persbericht: Overwegend onderweg

Menu