logo

Persbericht Deeltijd (g)een probleem

29 maart 2012
  • De meeste deeltijders willen hoogstens 2 uur meer werken.
  • Deeltijd (g)een probleem. Mogelijkheden om de arbeidsduur van vrouwen met een kleine deeltijdbaan te vergroten.
  • De helft van de werkende vrouwen heeft een deeltijdbaan van minder dan 25 uur per week.
  • Bijna een kwart van de vrouwen met een baan van minder dan 25 uur per week heeft geen minderjarige thuiswonende kinderen.
  • Het merendeel van de vrouwen (65%) met een baan van minder dan 25 uur per week is tevreden met de omvang van hun arbeidsduur. Twee op de tien vrouwen wil eventueel meer uren werken, één op de tien wil dat graag.
  • Gemiddeld genomen willen vrouwen met een kleine deeltijdbaan twee uur meer werken (twintig in plaats van achttien).
  • Zes op de tien vrouwen met een kleine deeltijdbaan zegt onder bepaalde voorwaarden zeker bereid te zijn meer uren te werken (met name: betere afstemming van werk en privé (33%), op verzoek van de werkgever (33%) en meer mogelijkheden om thuis te werken (25%)).
  • Ruim één op de tien werkgevers heeft concreet beleid om deeltijdbanen te vergroten. Een meerderheid van de werkgevers denkt dat er mogelijkheden zijn binnen de eigen organisatie voor uitbreiding van de omvang van deeltijdbanen.
  • Iets minder dan een derde (31%) van de voltijds werkende mannen heeft interesse in een kleiner aantal uren betaalde arbeid. Onder voltijds werkende mannen blijft het anderhalfverdienersmodel (hij een voltijdbaan, zij een halve) favoriet.

Dit zijn enkele conclusies uit de SCP-publicatie Deeltijd (g)een probleem. Mogelijkheden om de arbeidsduur van vrouwen met een kleine deeltijdbaan te vergroten, die op donderdag 29 oktober jl. is verschenen. Het rapport kwam tot stand in opdracht van de Taskforce DeeltijdPlus , die onder voorzitterschap staat van Pia Dijkstra. In het rapport, onder redactie van prof. dr. Saskia Keuzenkamp, wordt ingegaan op de vraag of en in hoeverre de arbeidsduur van vrouwen kan worden uitgebreid en wat de mogelijkheden zijn om die ruimte zoveel mogelijk te benutten. Er is onderzoek gedaan onder werkgevers en vrouwen met kleine deeltijdbanen (< 25 uur per week) in vijf sectoren van de arbeidsmarkt: zorg en welzijn, onderwijs, detailhandel, overheid en schoonmaak. Ook is een enquête gehouden onder voltijds werkende mannen met een vrouwelijke partner.

Veel vrouwen in kleine deeltijdbanen

De arbeidsparticipatie van vrouwen in Nederland behoort tot de hoogste in Europa. Zeven van de tien vrouwen van 15-64 jaar had in 2007 een baan van ten minste 1 uur per week.

Nederland is wel het land met het hoogste aandeel deeltijders. Driekwart van de werkende vrouwen in Nederland werkt in deeltijd (minder dan 35 uur per week).

Iets meer dan de helft van de werkende vrouwen in Nederland (52%) heeft een kleine deeltijdbaan (minder dan 25 uur per week). Bijna een kwart van de vrouwen met een kleine deeltijdbaan heeft geen minderjarige thuiswonende kinderen en een op de tien woont niet samen met een partner.

Meeste vrouwen zijn tevreden met hun kleine deeltijdbaan

Het merendeel van de vrouwen (65%) met een baan van minder dan 25 uur per week, die werken in de zorg en welzijnssector, het onderwijs, de detailhandel, de overheid en de schoonmaak, is tevreden met de omvang van hun arbeidsduur. Twee op de tien vrouwen willen eventueel meer uren werken, een op de tien wil dat graag. Een kleine minderheid (5%) wil juist minder uren werken dan ze nu doen. Gemiddeld genomen willen de vrouwen met een kleine deeltijdbaan uit deze sectoren twee uur meer werken (twintig in plaats van achttien uur per week).

Iets meer dan twee op de tien vrouwen heeft in het jaar voorafgaand aan het onderzoek geprobeerd de arbeidsduur uit te breiden. Minder dan de helft is daarin (deels) geslaagd.

Stimulans om meer uren te werken lijkt zinvol

Zes op de tien vrouwen met een kleine deeltijdbaan zegt zeker bereid te zijn meer uren te werken als aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. De meest genoemde zijn: een betere afstemming van de werktijden op de privésituatie (33%), een werkgever die hen vraagt meer te komen werken (33%) en de mogelijkheid om meer thuis te werken (25%). Vrouwen worden door hun omgeving over het algemeen niet gestimuleerd om meer uren te gaan werken. Degenen die dat nog het meest doen zijn de werkgever (18%) en de partner (17%). Een op de vijf vrouwen heeft in het afgelopen jaar een functioneringsgesprek gehad, waarin is gesproken over uitbreiding van de arbeidsduur. Dit gebeurde even vaak op initiatief van de werkgever als van de vrouw zelf.

Deeltijdwerk bij vrouwen is voor werkgevers een vanzelfsprekendheid

Werkgevers in de zorg en welzijnssector, de detailhandel, het onderwijs, de overheid en de schoonmaak zijn gewend aan het feit dat vrouwen meestal in deeltijd (willen) werken. Ze zien dat vooral als een privébeslissing, waarmee de werkgever zich niet moet bemoeien. Ruim een derde van de werkgevers vindt kleine deeltijdbanen op uitvoerend en ondersteunend niveau overigens zelfs handig. Slechts een kleine minderheid (7%) vindt die kleine banen lastig.

Bijna 60% van de organisaties die aan het onderzoek deelnamen heeft een of meer functies die in de praktijk uitsluitend voor minder dan 25 uur per week worden vervuld.

Weinig werkgevers hebben beleid om kleine deeltijdbanen te vergroten

Iets meer dan een op de tien (13%) van de werkgevers heeft concreet beleid om deeltijdbanen te vergroten. Vooral personeelstekorten worden als reden daarvoor genoemd (31%), gevolgd door het willen oplossen van communicatie-, coördinatie- en planningsproblemen (22%).

De meerderheid van de werkgevers denkt dat er in hun organisatie mogelijkheden zijn om kleine deeltijdbanen te vergroten, 40% denkt van niet. De meeste werkgevers (56%) vinden niet dat zij een rol hebben bij uitbreiding van de arbeidsduur van vrouwen.

Mannen werken bij voorkeur voltijds

Net als in andere landen werken mannen in Nederland meestal voltijds en als zij in deeltijd werken is dat meestal 4 dagen per week. 16% van de werkende mannen heeft een baan van 30 uur per week of minder.

In discussies over een meer gelijke taakverdeling tussen de seksen wordt wel gepleit voor het 2x4-dagenmodel. Dat veronderstelt dat voltijds werkende mannen minder gaan werken of meer flexibel gaan werken. Iets minder dan een derde (31%) van de voltijds werkende mannen heeft interesse in een kleiner aantal uren betaalde arbeid. Voltijds werkende mannen willen gemiddeld bij voorkeur 36 uur per week werken, dat is 3 uur minder dan zij nu volgens hun contract doen. Daarbij gaan zij er wel vanuit dat hun partner die 3 uur compenseert, door haar arbeidsduur met dat aantal uren uit te breiden. Het anderhalfverdienersmodel is en blijft bij voltijds werkende mannen favoriet.

Deeltijd geen probleem

Hoewel er wel ruimte is om de arbeidsduur van vrouwen met kleine deeltijdbanen uit te breiden, is toch de algemene conclusie van de onderzoekers dat er grote tevredenheid is met de huidige situatie. De meeste vrouwen, de meeste mannen en de meeste werkgevers zien de relatief geringe omvang van de arbeidsduur van vrouwen niet als een probleem. Er worden dus ook maar weinig initiatieven ondernomen die leiden tot een uitbreiding daarvan. Weliswaar zijn er dus mogelijkheden voor een (bescheiden) uitbreiding van de omvang van deeltijdbanen, maar het valt niet te verwachten dat hier op korte termijn (vanzelf) veel aan zal veranderen.

 

SCP-publicatie 2009/15, Deeltijd (g)een probleem. Mogelijkheden om de arbeidsduur van vrouwen met een kleine deeltijdbaan te vergroten , Saskia Keuzenkamp (red.), Den Haag, Sociaal en Cultureel Planbureau, oktober 2009, ISBN 978 90 377 0448 8, Prijs € 25,90.

Home / Publicaties / Alle publicaties / Publicaties 2009 / Deeltijd (g)een probleem / Persbericht Deeltijd (g)een probleem

Menu