logo

Persbericht: Goede buren kun je niet kopen

25 februari 2009

Bijna kwart van de allochtonen heeft eigen woning

Goede buren kun je niet kopen. Over de woonconcentratie en woonpositie van niet-westerse allochtonen in Nederland.

  • De woonpositie van Turkse, Marokkaanse en Surinaamse Nederlanders is in de periode 1998-2006 duidelijk verbeterd.

  • Het eigen woningbezit stijgt snel onder allochtone Nederlanders en bedraagt nu bijna 25%. Het verschil met autochtonen (60% eigen woningbezit) blijft niettemin groot.

  • Bij het zoeken van een woning in de sociale huursector wordt nauwelijks nog discriminatie ervaren, maar wel een achterstand in informatie.

  • Jonge allochtone starters op de woningmarkt geven er vaak de voorkeur aan om een woning te delen met familieleden (broers of zussen, neven of nichten) of met vrienden.

  • Segregatie blijft een hardnekkig verschijnsel. Het heeft te maken met de concentratie van goedkope huurwoningen in de steden. Veel Turkse en Marokkaanse Nederlanders wonen echter ook graag dichtbij familie of zijn bang om in een 'witte' wijk te worden weggekeken.


Dit zijn enkele conclusies uit de SCP-publicatie Goede buren kun je niet kopen. Over de woonconcentratie en woonpositie van niet-westerse allochtonen in Nederland, die op dinsdag 27 januari jl. is verschenen. In het rapport geven de onderzoekers dr. Jeanet Kullberg, drs. Miranda Vervoort en dr. Jaco Dagevos een beeld van de positie van niet-westerse allochtonen op de woningmarkt. Voor het onderzoek werd gebruik gemaakt van enkele grote survey-onderzoeken. Verder zijn er groepsgesprekken gevoerd met Turkse, Marokkaanse, Surinaamse en Antilliaanse Nederlanders over hun ambities en ervaringen op de woningmarkt. Het onderzoek is uitgevoerd op verzoek van de minister voor Wonen, Wijken en Integratie.

 

Woonpositie Turkse, Marokkaanse en Surinaamse Nederlanders verbeterd.

 

Turkse, Marokkaanse en Surinaamse Nederlanders beschikten in 2006 veel vaker over een koophuis, over grotere woningen en ook iets vaker over eengezinshuizen dan in 1998. Onder Turkse en Marokkaanse Nederlanders steeg de tevredenheid met de woning iets meer dan onder autochtonen. Bij autochtone Nederlanders is de woontevredenheid al erg hoog (ruim 90%). Bij de allochtone groepen is nu tweederde tevreden of zeer tevreden. De beste positie nemen Surinamers en de langer gevestigde Antillianen in. Dan volgen Turkse en Marokkaanse Nederlanders en dan de jonge, recent gearriveerde Antillianen. In de jaren '80 en '90 werd verbetering bereikt door de overgang van relatief slechte particuliere huurwoningen naar sociale huurwoningen. Ook werd meer gebruik gemaakt van de huurtoeslagregeling. De laatste jaren vindt verbetering steeds meer op eigen kracht plaats, door het bezit van een eigen huis.


Eigen woningbezit stijgt snel, maar contrast blijft groot

 

Het eigen woningbezit onder Turkse Nederlanders steeg tussen 1998 en 2006 van 15 naar 26%; onder Marokkaanse Nederlanders van 3 naar 16% en onder Nederlandse Surinamers van 23 naar 33%. Onder autochtone Nederlanders steeg het van 53 naar 60%. Redenen om te kopen zijn de betere kwaliteit van koopwoningen, de betere buurten en de snellere verwerving in vergelijking met een corporatiewoning. Het verschil met de autochtone Nederlanders wordt veroorzaakt door lagere inkomens. Allochtonen wonen bovendien vaker in steden met een beperkt aanbod van koophuizen. Toch verklaart dit voor Turkse en Marokkaanse Nederlanders maar de helft van het verschil. Een aantal van hen neemt liever geen hypotheek. Ze zijn het van huis uit niet gewend en langdurige leningen geven minder het gevoel dat het huis 'eigen' is. Bovendien speelt soms onzekerheid over het arbeidsmarkt- en verblijfsperspectief. In beperkte mate leven religieuze bezwaren tegen rente. Ook heeft naar schatting ongeveer een kwart van de huishoudens geïnvesteerd in een huis in het land van herkomst.


Nauwelijks discriminatie meer in sociale huursector, wel lastig zoeken

 

In de loop van de jaren negentig is de verdeling van sociale huurwoningen transparanter geworden door het gebruik van advertentiemodellen en door een betere publieke verantwoording van de toewijzing van woningen. Allochtone Nederlanders ervaren hierdoor nauwelijks nog discriminatie bij de verdeling van sociale huurwoningen. Een deel van de allochtone huurders heeft wel het gevoel minder goed geïnformeerd te zijn, doordat ze minder regelmatig internet gebruiken. Ook is hun familie en kennissenkring minder goed op de hoogte van het woningaanbod en van de regels. De meeste woningcorporaties verlenen geen urgentie meer aan mensen die krap wonen, terwijl dit vooral onder Marokkaanse, Turkse en Antilliaanse Nederlanders relatief vaak voorkomt.


Segregatie hardnekkig

 

In de steden Den Haag, Rotterdam en Amsterdam zijn de concentraties minderheden nog altijd het grootst. De statistische ontmoetingskansen met autochtone Nederlanders zijn daar dan ook het laagst. Men blijft er gemakkelijker in eigen kring. Sterke concentraties van Turkse en Marokkaanse Nederlanders doen zich overigens ook voor in kleinere gemeenten, zoals Zaanstad, Roermond en Leerdam. Liefst 60% van de Turkse Leerdammers zou moeten verhuizen om evenredig over de gemeente gespreid te zijn.


Angst om te worden weggekeken

 

Segregatie is niet alleen het gevolg van de ruimtelijke concentratie van goedkope huurwoningen. Vooral Turkse en Marokkaanse Nederlanders zijn bang om in een 'witte' wijk geen sociaal contact te krijgen, te worden weggekeken of zich telkens te moeten bewijzen als 'goede' Marokkaan of moslim. Het verharde maatschappelijke klimaat voedt die angst. Tegelijkertijd bindt de aanwezigheid van veel familieleden en van voorzieningen zoals de islamitische slager en Turkse bakker mensen aan wijken waar al veel allochtonen wonen.


Allochtonen willen liefst een gemengde wijk

 

Door de hoge mate van segregatie ('witte' en 'zwarte' wijken) hebben allochtone huurders in de steden soms nauwelijks Nederlandse buurtgenoten en velen betreuren dat. Vooral voor de opvoeding van de kinderen en voor hun kansen in de samenleving prefereren de meesten een wijk met zowel autochtone als allochtone Nederlanders. Van hun kant zijn autochtone Nederlanders geneigd om weg te trekken als er teveel allochtonen komen wonen. Ruim 40% van hen zegt liever geen allochtone buren te hebben.


SCP-publicatie 2009/3, Goede buren kun je niet kopen. Over de woonconcentratie en woonpositie van niet-westerse allochtonen in Nederland , Jeanet Kullberg, Miranda Vervoort, Jaco Dagevos, Den Haag, Sociaal en Cultureel Planbureau, januari2009, ISBN 978 90 377 0401 3, prijs € 19,95.

Home / Publicaties / Alle publicaties / Publicaties 2009 / Goede buren kun je niet kopen / Persbericht: Goede buren kun je niet kopen

Menu