logo

Emancipatiemonitor

Het SCP publiceert sinds 2000 elke twee jaar samen met het Centraal Bureau voor de Statistiek de Emancipatiemonitor. De monitor wordt gemaakt op verzoek van de directie Emancipatie van het ministerie van OCW. In de monitor zijn de meest actuele cijfers te vinden over de positie van vrouwen. Samen geven ze een antwoord op de vraag of het emancipatieproces zich in de gewenste richting ontwikkelt. Uitgangspunt zijn de doelen van het landelijk vrouwenemancipatiebeleid, zoals beschreven in de Emancipatienota 2018-20121; Principes in de praktijk. Daarin worden de volgende kerndoelen genoemd:

  • toename van het aantal vrouwen met betaald werk, en vooral verhogen van hetaantal uren dat vrouwen werken
  • bevorderen dat meer vrouwen economisch zelfstandig/financieel onafhankelijk zijn
  • verbeteren doorstroming van vrouwen naar hogere functies
  • bestrijden loonkloof tussen vrouwen en mannen
  • verbetering van de sociale veiligheid van vrouwen en meisjes

Emancipatiemonitor 2018

Eind 2018 is de 10e Emancipatiemonitor uitgekomen, voor het eerst niet als een (lijvig) rapport, maar als digitale ‘kaartenstapel’.  In de 18 kaarten komen de gebruikelijke thema’s terug:

  • onderwijsloopbanen van meisjes en jongens
  • seksesegregatie in keuze meisjes en jongens voor op opleidings-/beroepsrichting
  • arbeidsparticipatie, arbeidsduur en onbenut arbeidspotentieel
  • combineren van betaalde en onbetaalde arbeid, gebruik kinderopvang en verlofvoorzieningen
  • economische zelfstandigheid en beloningsverschillen
  • vertegenwoordiging van vrouwen op topfuncties
  • veiligheid van vrouwen en meisjes

Ook wordt een vergelijking met maakt van vrouwen onderling (vrouwen met laag/middelbaar en hoger opleidingsniveau en vrouwen van Nederlandse of niet-Westerse herkomst) Ook wordt beschreven hoe Nederland het op dit gebied doet ten opzichte van andere EU-landen.

Laatste editie

De 10e Emancipatiemonitor verscheen eind 2018. De eerdere edities van de Emancipatiemonitor staan onderaan de pagina. 

Publicaties in deze reeks

Contact

 Wilt u meer weten over dit onderzoek? Neem dan contact op met Wil Portegijs of Ans Merens.


 

Menu