Arbeidsvraagpanel (AVP)

Met behulp van het Arbeidsvraagpanel worden in Nederland op uitgebreide schaal gegevens verzameld over de vraag naar arbeid door organisaties. Het Arbeidsvraagpanel is bedoeld om meer inzicht te krijgen in de aard en omvang van de door organisaties uitgeoefende vraag naar arbeid, en de bepalende factoren voor de vraag naar arbeid op vestigingsniveau.

De organisaties wordt gevraagd om gedetailleerde gegevens te verstrekken over zaken als de samenstelling van het personeelsbestand, het personeelsbeleid, het productieproces, de gebruikte technologieën, gewenste arbeidsmarktmaatregelen, ervaren en verwachte knelpunten en diverse financieel-economische grootheden. Het arbeidsvraagpanel valt onder het project Vraag naar arbeid.

De bestanden van het Arbeidsvraagpanel zijn te verkrijgen via DANS.

Korte onderzoeksbeschrijving

Doelpopulatie: in 1989, 1991 en 1993: vestigingen van arbeidsorganisaties in Nederland met minimaal tien werknemers in dienst
vanaf 1995: alle vestigingen van arbeidsorganisaties in Nederland met minimaal vijf werknemers in dienst

Soort onderzoek: longitudinaal

Steekproefeenheid: vestiging van een arbeidsorganisatie

Entiteiten: organisaties

Steekproefkader: 1989-1995: KvK, Staatsalmanak, Organenregister ABP, CASO-scholenregister. 1997-1999: idem plus adressenlijsten voor de zorg- en welzijnsinstellingen,  vanaf 2001: LISA vestigingenregister.

Steekproefmethode: stratificatie naar sector (10 klassen) en aantal werknemers (5 klassen), aanvulling bij aanvang nieuwe meting, niet tussentijds

Verzamelmethode: tot en met 2001: mondeling interview met aanvullende schriftelijke vragenlijst
vanaf 2003: 3 telefonische interviews met aanvullende schriftelijke vragenlijst
vanaf 2011 kan de schriftelijke vragenlijst ook via internet worden ingevuld

Opdrachtgever: organisatie voor Strategisch Arbeidsmarktonderzoek (OSA); vanaf 2010 Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP)

Veldwerk: 1989-1999: IVA; vanaf 2001: Panteia (voorheen Stratus)

Frequentie: tweejaarlijks, vanaf 1989

Weging: conform de stratificatiematrix: verhouding totale populatie en netto respons per cel

Verslagperiode: er wordt per meting voor een aantal thema's over een periode van twee jaar teruggevraagd, dus tot aan het begin van de vorige enquête

Aantallen: 2000 bedrijven in 1989 oplopend tot 3000 bedrijven in 2011

Respons: 1989-1993: 68%, 1995-2001: dalend tot 50%, na 2001: respons van meting op meting 50-57%; tussen rondes (in één meting) 70-79%