Het grootbrengen van kinderen gaat de meeste ouders goed af, maar brengt ook twijfels, zorgen en druk met zich mee. Veel ouders kunnen soms wel een steuntje in de rug gebruiken. De vraag is of er wel hulppotentieel binnen het netwerk is, en ook of ouders gebruik willen maken van de mogelijkheden die er eventueel zijn, en hoe zij hiertoe gestimuleerd kunnen worden. In het onderzoek ‘Sociale netwerken van ouders’ worden deze vragen beantwoord.
Uit dit onderzoek blijkt dat steun vanuit het eigen netwerk voor ouders vaak positieve effecten en opbrengsten heeft, maar ook kan leiden tot onzekerheid.
Bijna twee derde van de ouders in ons onderzoek maakt gebruik van informele hulp zoals van familie, vrienden of buren. Dit betreft praktische hulp als oppassen en vervoer, emotionele hulp, een voorbeeld geven (normatieve steun), sociale hulp ter ontspanning en advies bij het ouderschap. Hierbij wordt regelmatig een beroep gedaan op de eigen (schoon)ouders. Ouders ontvangen minder vaak hulp van buren en daar ligt mogelijk nog onbenut potentieel, vooral gezien hun fysieke nabijheid.
De toegang tot sociale netwerken is niet voor alle ouders gelijk. Juist ouders in een kwetsbare positie kunnen minder vaak terugvallen op een steunend netwerk. Daarnaast zitten er grenzen aan de inzetbaarheid van het netwerk. Een deel van de ouders wil bijvoorbeeld geen steun vanwege privacy- en schaamtegevoelens.
Waarom dit onderzoek?
De overheid vindt het belangrijk dat ouders voldoende worden ondersteund bij de opvoeding en stimuleert daarom onder andere formele kinderopvang. Sinds de decentralisaties ligt de nadruk op het versterken van de eigen kracht van ouders en hun sociale omgeving. Het beleid veronderstelt dat ouders voldoende sociale netwerken hebben, pas formele hulp zoeken als het echt nodig is, en positief zijn over ontvangen hulp. Of deze aannames kloppen, is echter onduidelijk.
Dit onderzoek brengt in kaart hoe ouders denken over de rol van sociale netwerken bij het ouderschap en wat hun ervaringen daarmee zijn.
Dit rapport toont aan dat veel ouders gebruikmaken van informele hulp. Dat gaat vaak goed en is voldoende voor de meerderheid van de ouders. Informele hulp is niet alleen van instrumenteel belang, maar heeft tegelijkertijd fundamentele waarde. Deze hulp biedt ouders mentale ondersteuning, veiligheid en geborgenheid. Dat is iets wat zij ook nodig hebben, naast praktische hulp.
Van aannames naar maatschappelijke discussie
Het onderzoek laat ook zien dat een deel van de aannames in het jeugd- en gezinsbeleid niet voor iedereen haalbaar is. In deze studie zijn ouders in kwetsbare posities beschreven die soms een beroep doen op formele hulp omdat hun sociale netwerk beperkt is of reeds overvraagd wordt. Zij voldoen niet aan het ideaal van de zelfredzame ouder met een steunend netwerk. Professionals op de werkvloer spelen bij deze ouders een belangrijke rol; zij doen er verstandig aan om ouders die een verhoogd risico lopen op kwetsbaarheid te signaleren en te zorgen voor een voldoende groot vangnet. Mogelijk kan heroverweging van de aannames leiden tot aanpassing van de verwachtingen van het jeugd- en gezinsbeleid. Hiervoor is een maatschappelijke en meer fundamentele discussie nodig over wat ouders realistisch en wenselijk vinden bij het gebruik van hulp uit hun sociale netwerk
Voor dit onderzoek is een mixed methods-aanpak gebruikt. Er zijn secundaire analyses uitgevoerd op kwantitatieve data van drie surveys uit 2017. Daarnaast zijn in 2019 dertig kwalitatieve diepte-interviews gehouden met ouders van kinderen van 0-17 jaar. De interviews zijn thematisch geanalyseerd, met aandacht voor variatie in geslacht, opleidingsniveau, leeftijd van de kinderen en geografische spreiding.
Download de publicatie