In haar oratie ‘Zin verzoet de arbeid’ verkent Maroesjka Versantvoort van het SCP de diepere betekenis van werk in het leven van mensen en de samenleving. De rede — uitgesproken bij haar benoeming tot bijzonder hoogleraar Arbeid en Zingeving aan de Protestantse Theologische Universiteit — beschouwt arbeid niet alleen als economisch fenomeen, maar als cruciaal onderdeel van identiteit en zingeving.
Niet automatisch
De rede maakt duidelijk dat zingeving in werk geen automatisch bijproduct is van een baan hebben of meer uren werken. Zingeving vraagt om ruimte voor autonomie, erkenning, verbondenheid en morele betekenis. Versantvoort benadrukt dat dit niet alleen een persoonlijke opgave is, maar ook een maatschappelijke.
Bredere kijk op arbeid
Werkgevers, beleidsmakers en maatschappelijke instituties spelen een cruciale rol in het creëren van omstandigheden waarin werk niet uitsluitend draait om productiviteit, maar ook bijdraagt aan welzijn en menswaardigheid. Daarmee pleit zij voor een bredere kijk op arbeid, waarin economische waarde en existentiële betekenis met elkaar in balans worden gebracht.
Waarom dit onderzoek?
In tijden waarin een groot deel van de beroepsbevolking stress, burn-outs en psychische klachten ervaart, raakt de vraag naar de zin van werk een kernprobleem van onze samenleving. Het klassieke idee dat werk primair inkomen biedt, volstaat niet meer. Mensen zoeken naar betekenis, sociale verbondenheid en erkenning. Deze rede plaatst arbeidsvraagstukken in een breder perspectief dan alleen economische indicatoren, en maakt duidelijk dat welzijn, gezondheid en betrokkenheid op het werk urgente thema’s zijn voor zowel individuen als organisaties.
Werk vormt een groot deel van ons leven en beïnvloedt wie we zijn en hoe we ons verhouden tot anderen. De discussie over zingeving raakt aan actuele maatschappelijke vraagstukken zoals de kwaliteit van werk, arbeidsmarktparticipatie, mentale gezondheid en de rol van sociale structuren in een individualistische samenleving. Door zingeving centraal te stellen, draagt deze rede bij aan het publieke debat over hoe werk zó kan worden ingericht dat het niet alleen economisch nut heeft, maar ook sociaal en persoonlijk menselijk welzijn versterkt.
Deze publicatie is geen onderzoek, maar een inaugurele rede. Versantvoort baseert haar betoog op bestaande literatuur, maatschappelijke observaties en theoretische inzichten over arbeid, identiteit en zingeving, aangevuld met statistische en sociologische gegevens over werk en welzijn. Zij verbindt filosofische, sociologische en culturele perspectieven om te reflecteren op de plaats van arbeid in onze moderne, paradoxale samenleving.
Download de publicatie