In dit rapport schetst het SCP een verrassend beeld van de ongelijkheid in Nederland: de verschillen tussen mensen gaan veel verder dan alleen inkomen en vermogen. Terwijl het publieke debat zich vaak richt op financiële problemen als koopkracht en armoede, laat dit onderzoek zien dat economische factoren slechts één deel van het verhaal zijn. Naast inkomen en vermogen spelen ook het sociale kapitaal (netwerk), het culturele kapitaal (vaardigheden en kennis om in de moderne maatschappij mee te doen) en het persoonskapitaal (gezondheid, mentale veerkracht) een cruciale rol in iemands kansen en positie in de samenleving.
Door deze vier vormen van hulpbronnen te combineren, onderscheiden de onderzoekers zeven duidelijke maatschappelijke klassen. Aan de bovenkant staan groepen met ruime toegang tot hulpbronnen en een stevige maatschappelijke positie; aan de onderkant bevindt zich een kleinere, maar zichtbare groep mensen die bij vrijwel alle hulpbronnen achterblijft. Eén op de zes Nederlanders heeft een duidelijke achterstand op meerdere terreinen, en bijna een vijfde heeft juist op bijna alle vlakken een voorsprong.
Structurele verschillen
Het SCP legt de nadruk op de structurele aard van deze verschillen: ze zijn persistent, raken nauw verweven met hoe mensen naar hun eigen leven en de maatschappij kijken, en dragen bij aan uiteenlopende opvattingen en spanningen binnen de samenleving. Daarmee staat niet alleen individuele armoede, maar de bredere sociale cohesie op de tocht. Mensen met weinig hulpbronnen ervaren vaker stress, gezondheidsproblemen en een gevoel van uitsluiting, terwijl mensen aan de bovenkant meer kansen hebben om hun positie te behouden of zelfs te versterken
Bredere benadering
Met dit rapport pleit het SCP voor een bredere benadering van ongelijkheid. Beleidsmaatregelen die zich uitsluitend richten op inkomen schieten tekort zolang andere vormen van achterstand buiten beeld blijven. Wie ongelijkheid echt wil verminderen, moet kijken naar het hele pakket aan hulpbronnen dat bepaalt wie mee kan doen in de Nederlandse samenleving.
Waarom dit onderzoek?
Het onderzoek laat zien dat ongelijkheid zich in Nederland niet alleen verdiept, maar ook verbreedt. Achterstanden stapelen zich op over meerdere levensdomeinen tegelijk: mensen met weinig geld hebben vaak ook een slechtere gezondheid, kleinere netwerken en minder vaardigheden om zich staande te houden in een complexe samenleving. Daardoor wordt het steeds moeilijker om deze achterstand in te lopen. In een periode van economische onzekerheid en maatschappelijke spanning vergroot dat het risico op blijvende uitsluiting en afnemende sociale samenhang.
Dit onderzoek hanteert een bredere definitie van ongelijkheid. Door naast inkomen ook sociale, culturele en persoonlijke hulpbronnen mee te nemen, maakt het SCP zichtbaar waarom sommige groepen structureel beter meekomen dan andere. Dit helpt beleidsmakers, professionals en het publiek om voorbij simplistische verklaringen te kijken en beter te begrijpen hoe kansenongelijkheid in het dagelijks leven ontstaat en wordt doorgegeven.
Het SCP baseert zich voor dit onderzoek op een combinatie van grootschalige enquêtes en administratieve gegevens van het CBS, binnen het langlopende onderzoeksprogramma Verschil in Nederland. De onderzoekers onderscheiden vier vormen van kapitaal, en gebruiken deze om Nederlanders in zeven maatschappelijke klassen in te delen. Vervolgens analyseren zij hoe deze klassen verschillen in leefomstandigheden, kansen, gezondheid en maatschappelijke opvattingen.
Auteurs
Cok Vrooman, Jeroen Boelhouwer, Jurjen Iedema en Ab van der Torre
