Steeds meer mensen maken zich zorgen over hoe het gaat met Nederland. Ze voelen onzekerheid over de toekomst, hebben minder vertrouwen in anderen en in instituties, en ervaren spanning in het samenleven. In deze studie laat het Sociaal en Cultureel Planbureau zien wie zich somber voelt over de samenleving, waar dat onbehagen vandaan komt en waarom het sterker is bij sommige groepen dan bij andere. 

Onbehagen is wijdverbreid, maar ongelijk verdeeld 

Veel Nederlanders zijn somber over de richting waarin de samenleving zich ontwikkelt. Dat gevoel is echter niet voor iedereen even sterk. Vooral mensen met een lagere sociaaleconomische positie, een kwetsbare gezondheid of weinig ervaren grip op hun leven rapporteren meer maatschappelijk onbehagen. Opleidingsniveau, inkomen en ervaren kansen spelen hierin een belangrijke rol. 

Gebrek aan zekerheid en vertrouwen speelt een centrale rol 

Somberheid over de samenleving hangt sterk samen met gevoelens van onzekerheid: over werk, inkomen, wonen en de toekomst van de verzorgingsstaat. Daarnaast is er bij een deel van de bevolking sprake van afnemend vertrouwen in politiek, overheid en andere instituties. Deze combinatie vergroot het gevoel dat de samenleving ‘niet eerlijk’ of ‘uit balans’ is. 

Onbehagen is meer dan onvrede 

Maatschappelijk onbehagen gaat niet alleen over boosheid of ontevredenheid, maar ook over zorgen, machteloosheid en het gevoel niet gehoord te worden. Het onderzoek laat zien dat deze gevoelens kunnen doorwerken in sociale relaties, politieke opvattingen en de bereidheid om mee te doen in de samenleving. 

Maatschappelijke urgentie

Download het onderzoek