In tijden van internationale crises wordt solidariteit vaak als vanzelfsprekend het uitgangspunt genoemd van Europese samenwerking. Maar wat betekent solidariteit voor burgers zelf? En wanneer zijn zij bereid solidair te zijn met mensen in andere landen? In dit onderzoek verkent het Sociaal en Cultureel Planbureau hoe Nederlandse burgers en EU-arbeidsmigranten denken over grensoverschrijdende solidariteit, aan de hand van hun ervaringen tijdens de coronapandemie en de oorlog in Oekraïne. Het rapport laat zien hoe burgers solidariteit definiëren, welke motieven en voorwaarden zij daarbij belangrijk vinden en waar zij grenzen trekken aan Europese solidariteit.

Uit het onderzoek blijkt dat burgers grensoverschrijdende solidariteit niet eenduidig beoordelen. Respondenten spreken zich zelden uit in simpele termen van ‘voor’ of ‘tegen’ Europese solidariteit. In plaats daarvan komt een genuanceerd beeld naar voren, waarin solidariteit afhankelijk is van de context, de betrokken groep en de vorm waarin solidariteit gestalte krijgt. Veel deelnemers maken een onderscheid tussen directe solidariteit van burgers onderling en indirecte solidariteit via overheden en Europese instituties. Vooral bij die laatste vorm worden vaker voorwaarden en grenzen benoemd.

Solidariteit hangt samen met gevoelens van verbondenheid en nabijheid

Een belangrijk resultaat is dat solidariteit sterk samenhangt met gevoelens van verbondenheid en nabijheid. Respondenten voelen zich sneller solidair met mensen die zij als ‘nabij’ ervaren, bijvoorbeeld vanwege gedeelde waarden, vergelijkbare leefomstandigheden of een duidelijke noodsituatie. Solidariteit met mensen in andere Europese landen wordt vaak als abstracter ervaren dan solidariteit binnen de eigen nationale of lokale context. Tegelijkertijd laten crisissituaties, zoals de oorlog in Oekraïne, zien dat acute dreiging en zichtbare kwetsbaarheid gevoelens van Europese verbondenheid kunnen versterken. 

Er zijn duidelijke voorwaarden verbonden aan grensoverschrijdende solidariteit

Daarnaast laat het onderzoek zien dat burgers duidelijke voorwaarden verbinden aan grensoverschrijdende solidariteit. Respondenten noemen onder meer rechtvaardigheid, wederkerigheid en doelgerichtheid als belangrijke criteria. Solidariteit wordt vaker als legitiem ervaren wanneer duidelijk is wie geholpen wordt, waarom die hulp nodig is en hoe de lasten worden verdeeld. Twijfels ontstaan vooral wanneer solidariteitsmaatregelen als oneerlijk, ongericht of onvoldoende transparant worden gezien, of wanneer mensen het gevoel hebben dat de eigen positie onder druk staat. 

Tot slot blijkt dat opvattingen over Europese solidariteit niet losstaan van bredere zorgen over politiek, instituties en de samenleving. Wantrouwen richting overheden, gevoelens van afstand tot de Europese Unie en zorgen over bestaanszekerheid beïnvloeden hoe mensen kijken naar solidariteit over grenzen heen. Het onderzoek laat daarmee zien dat draagvlak voor Europese solidariteit nauw verweven is met bredere ervaringen van erkenning, rechtvaardigheid en vertrouwen. 

Waarom dit onderzoek?

Download het onderzoek

Auteurs

Maja Djundeva en Renske Hoefman