In deze publicaties vormt het Leven Lang Ontwikkelen (LLO) een beschrijvend en kritisch thema dat de kloof tussen beleidsambities en praktijkervaringen in kaart brengt. In de Kennisnotitie Lang leven ontwikkelen benadrukt het SCP dat LLO door technologische veranderingen en arbeidsmarktkrapte urgenter is geworden: mensen moeten hun vaardigheden blijven bijschaven om inzetbaar te blijven en om hun productiviteit te vergroten, zeker met opkomst van AI en veranderende banenlandschappen.
Tegelijkertijd groeit deelname aan scholing nauwelijks, omdat beleidsaanpakken vaak uitgaan van een te simplistisch, rationeel mensbeeld. Dat sluit niet aan op hoe mensen daadwerkelijk leren, kiezen en gemotiveerd worden. Psychologische factoren als motivatie, sociale normen en ervaren controle blijken cruciaal. En om effectiever te zijn, moet leren structureel binnen organisaties worden ingebed.
Burgerperspectief
Het rapport Wie wil moet het kunnen (2024) voegt hier een burgerperspectief aan toe. Uit interviews blijkt dat Nederlanders LLO waardevol vinden voor zowel persoonlijke groei als maatschappelijke doelen, maar dat deelname vooral een kwestie van willen is; burgers willen zelf bepalen of en hoe zij zich ontwikkelen, en vinden daarom dat verplichtingen vanuit beleid op gespannen voet staan met individuele keuzevrijheid. Tegelijk herkennen zij dat niet iedereen de keuze voor LLO kan maken zonder extra ondersteuning, zoals begeleiding of financiële hulp.
Knelpunten
Tijdens de expertbijeenkomst Leven Lang Ontwikkelen. Kansen en uitdagingen tussen vraag, aanbod en regels, georganiseerd met de Raad van State, kwam naar voren dat de praktische uitvoering van LLO nog knelpunten kent: initiatieven draaien vaak op tijdelijke financiering, wettelijke taken zijn versnipperd en er is behoefte aan een gedeelde infrastructuur en sterke lokale netwerken, zodat leren écht wordt ingebed in arbeidspraktijken.
Waarom dit onderzoek?
Technologische ontwikkelingen, digitalisering en vergrijzing maken dat kennis en vaardigheden sneller verouderen, terwijl de vraag naar wendbare en goed toegeruste werkenden toeneemt. Tegelijkertijd blijft de deelname aan scholing achter, vooral onder mensen met een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt. Zonder beter inzicht in waarom mensen wel of niet blijven leren, dreigt een groeiende kloof tussen wie kan meekomen en wie achterblijft, met gevolgen voor economische veerkracht, sociale ongelijkheid en duurzame inzetbaarheid.
Het onderzoek laat zien dat burgers ontwikkeling belangrijk vinden, maar niet vanzelfsprekend meegaan in beleidsmatige oproepen of verplichtingen. Daarmee maakt het SCP duidelijk dat effectief LLO-beleid alleen kans van slagen heeft als het aansluit bij hoe mensen leren, wat zij belangrijk vinden en welke drempels zij ervaren. Die inzichten zijn essentieel voor beleidsmakers, werkgevers en onderwijsinstellingen die willen voorkomen dat goedbedoeld beleid in de praktijk niet werkt of zelfs averechts uitpakt.
Het onderzoek combineert verschillende methoden en perspectieven. Het SCP baseert zich op literatuuronderzoek, analyses van bestaand beleid en data, kwalitatieve interviews met burgers over hun ervaringen en opvattingen, en gesprekken met experts en betrokken organisaties tijdens bijeenkomsten. Door deze combinatie van gedragswetenschappelijke inzichten, burgerperspectieven en beleidsanalyse ontstaat een samenhangend beeld van zowel de ambities als de weerbarstige praktijk van Leven Lang Ontwikkelen.
Auteurs
Martin Olsthoorn, Said Sarwary, Roel Willems, Claudia Hartman, Anja Steenbekkers, Karlijn Muiderman
