Het kabinet-Jetten wil mensen langer laten doorwerken. Voor de één is dat een zegen, voor de ander een gruwel. We moeten de pensioenopties veel flexibeler gaan inrichten, stelt SCP-directeur Karen van Oudenhoven.
Beeld: © ANP
Het kabinet wil graag dat mensen langer doorwerken en dat ouderen mantelzorgen. Tegelijkertijd schrijven we ouderen op een bepaalde manier ook af en zetten ze weg als puzzelende mensen in ANWB-jack. Zoals schrijver en psychoanalyticus Anna Enquist het onlangs zo mooi zei in Buitenhof: de stem van de ouderen is misschien oververtegenwoordigd, maar op een verkeerde manier.
Er wordt gedaan alsof het heerlijk is om met pensioen te gaan, maar dat geldt niet voor iedereen. Voor sommige mensen is 70 jaar zelfs nog te vroeg om met pensioen te gaan terwijl anderen graag eerder stoppen. Wil je de mogelijkheid tot langer doorwerken gaan reguleren, of de keuze vrijlaten, passend bij de situatie van mensen?
Een goede vriend heeft zijn functieprofiel op LinkedIn aangepast naar ‘chauffeur’. Hij rijdt namelijk als vrijwilliger voor de voedselbank. Een heel nieuwe bezigheid aangezien hij vóór zijn AOW-leeftijd werkzaam was als docent Nederlands. Ook in die rol is hij na zijn pensioen nog regelmatig teruggevraagd. Hij vindt het leuk om voor de klas te staan en voor de school is een stukje van het nijpend tekort aan leerkrachten opgelost. Een win-winsituatie.
Invaliditeitswet
Een van de eerste publieke financiële regelingen voor de oude dag was de Invaliditeitswet van 1913. De redenering was dat iemand vanaf de leeftijd van 70 jaar arbeidsongeschikt was en daarom niet meer hoefde te werken. Geleidelijk zijn we naar de pensioenleeftijd gaan kijken als een leeftijd waarop je van je welverdiende rust en vrije tijd mag genieten. Want lang niet iedereen is op 67,3-jarige leeftijd arbeidsongeschikt.
Maar ook voor het perspectief van welverdiende rust geldt dat een vaste grens tekortschiet. Voor mensen met zware beroepen, zoals in de bouw of bij de politie, geldt dat er regelmatig al voor de pensioenleeftijd arbeidsongeschiktheid optreedt doordat zij opgebrand zijn. Voor hen is het perspectief van ‘dan mag je gaan genieten’ best wrang. Voor andere mensen is werk zo bepalend voor hun identiteit en geluk dat stoppen eerder als straf dan beloning voelt. Zo haalt Anna Enquist nog veel voldoening uit haar werk als psychoanalyticus en schrijver en staat mijn vriend nog af en toe met plezier voor de klas.
Is het een goed idee om de pensioenleeftijd los te laten en mensen vrij te laten in het moment van pensioen? Uitvoeringstechnisch is dat complex, maar niet onmogelijk. Voor werkgevers zal het verschillend uitvallen of langer doorwerken hen helpt of in de weg zit en bijvoorbeeld de doorstroom van jonge mensen belemmert. Dat hangt ook af van de situatie op de arbeidsmarkt.
Afname vloeibare intelligentie
Vanuit psychologisch perspectief kun je twijfelen of langer doorgaan in het oude arbeidscontract een verstandige weg is. De Amerikaanse sociaal-wetenschapper Arthur Brooks beschrijft in zijn boek Het beste komt nog hoe met het stijgen van de leeftijd bepaalde competenties achteruitgaan. Hij verwijst naar de afname van onze vloeibare intelligentie en de daarmee samenhangende afname van productiviteit in met name creatieve beroepen.
Vloeibare intelligentie betreft ons vermogen om nieuwe problemen logisch te beredeneren en op te lossen, los van eerdere kennis en ervaring. Gekristalliseerde intelligentie – ons arsenaal aan kennis, vaardigheden en ervaringen - gaat veel minder snel achteruit. Als je loopbaan volledig ingericht is op vloeibare intelligentie dan treedt uiteindelijk achteruitgang op.
Het roer om
Brooks’ pleidooi is om, als je op leeftijd bent, andere kwaliteiten te benutten zoals wijsheid, verbinding en dienstbaarheid. Daarvoor heb je wel het lef nodig om het roer om te gooien. Veel mensen die hun werk moeilijk kunnen loslaten hebben moeite de koers van hun leven te wijzigen. Hun identiteit valt samen met wat ze altijd al deden en dat is ook waarom ze waardering genieten.
Mijn vriend heeft waarschijnlijk meer status ontleend aan zijn professionele identiteit als neerlandicus dan aan zijn huidige identiteit als chauffeur. Hij is in staat geweest om waarde te vinden in de betekenis die zijn vrijwilligerswerk heeft voor de samenleving. Langer doorwerken in een volledige baan in het onderwijs had die taak vermoedelijk minder bevredigend voor hem gemaakt, omdat het op een gegeven moment lastig wordt je aan te passen aan de volgende generatie leerlingen en nieuwe onderwijseisen. Maar het verzoek om als nestor met een paar lessen de school uit de brand te helpen, geeft hem die bevrediging wel.
Bijtekenen
Kortom: het lijkt mij niet verstandig om structureel de pensioensleeftijd los te laten. Het kan wel zinvol zijn om, in plaats van de beoogde verhoging van de AOW-leeftijd uit het coalitieakkoord, mensen de mogelijkheid te geven een periode van 2-3 jaar bij te tekenen. Daarnaast kunnen werkgevers meer investeren om mensen, in aanloop naar hun AOW, voor te bereiden op een zinvolle invulling van een nieuwe fase in hun leven. Het zou mooi zijn flexibele, parttime constructies via regelingen te faciliteren. Want niet iedereen zit te wachten op puzzelen in een ANWB-jack, waar overigens helemaal niets mis mee is.
Over deze opiniebijdrage
Karen van Oudenhoven is directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). Ook is zij hoogleraar maatschappelijke veerkracht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Deze column van Karen van Oudenhoven verscheen op 9 maart 2026 op de website van het Financieel Dagblad.