De trek van stad naar platteland lijkt logisch in tijden van woningnood en drukte in de Randstad. Wonen draait echter niet alleen om een huis, maar ook om het leven eromheen. Investeer in de gemeenschap, schrijft SCP-directeur Karen van Oudenhoven. 

Beeld: © ANP

Een tante wees me op een documentaire over het leven van een vluchteling uit Teheran. De 41-jarige Tina Farifteh verruilde vijf jaar geleden Amsterdam voor het dorp, omdat wonen in de Randstad bijna niet meer te betalen is. Farifteh valt voor het Friese landschap, maar voelt zich tegelijk een buitenstaander.

Dit verhaal staat niet op zichzelf. Nu steden kampen met woningnood, spanningen tussen groepen en hittestress lijkt een trek naar het platteland logisch. Waar ruimte is en waar de problemen van dicht op elkaar leven minder spelen. Het platteland is gebaat bij nieuwkomers. Om te voorkomen dat de bus en de school uit het dorp verdwijnen en te zorgen voor voldoende bedrijvigheid.
 

Geen uittocht Randstad

Toch is er geen grote vlucht uit de Randstad. CBS-data laten zien dat terwijl de trek uit de Randstad tussen 2013 en 2021 toenam tot 75.000 verhuizers, deze sindsdien weer afneemt. In 2024 verkasten 67.000 naar een gemeente buiten de Randstad, 2000 minder dan het jaar ervoor. De meeste verhuizers zijn dertigers. Bovendien trekken Randstedelingen lang niet altijd naar krimpregio’s als Zeeland of Limburg.

Wat maakt dat de vlucht uit de Randstad naar het platteland achterblijft? Gebrek aan voorzieningen en nabijheid van werk spelen ongetwijfeld een rol. Maar ook culturele verschillen vormen een drempel. Fariftehs ervaring in Sexbierum illustreert dat mooi. Zij heeft zich op een bijzondere manier verbonden met de gemeenschap (mienskip) en ontwikkelt bijzondere vriendschappen. Tegelijkertijd voelt zij zich soms afgewezen door haar dorpsgenoten en ervaart zij verschil in perspectief op de wereld. Bijvoorbeeld in ongemak over hoe tradities zoals het sinterklaasfeest veranderen, of over nieuwe opvattingen over gender en identiteit.

Culturele verschillen tussen stad en platteland zijn geworteld in een lange historie. Steden zijn in de verre oudheid ontstaan als bijproduct van de overgang van jagen en verzamelen naar landbouw. Hierdoor werd een grotere bevolkingsdichtheid mogelijk. Het teveel aan landbouwproducten werd getransporteerd naar de stad, waar mensen zich bezighielden met andere activiteiten (CPB, 2010)

De concentratie van mensen en voorzieningen beïnvloedt ook de cultuur van steden. Stedelingen staan gemiddeld meer open voor verandering en zijn sterker gehecht aan hun vrijheid en persoonlijke ontwikkeling. Op het platteland hebben mensen vaker een sterke binding met de plek waar zij wonen en de identiteit die daarmee samenhangt. Dat vertaalt zich in een gehechtheid aan tradities, stabiliteit en relaties met familie en buren. Die culturele verschillen maken dat de stap van de stad naar het platteland lastig kan zijn.

Woning als drijfveer

Wat helpt om de trek naar het platteland te bevorderen? Het belangrijkste is om wonen op het platteland aantrekkelijk te houden voor zowel de mensen die er zijn opgegroeid als voor de mensen die ernaartoe verhuizen. Zo was een goede woning de drijfveer voor de komst van Farifteh naar Sexbierum. Veel jongeren die wonen op het platteland zouden graag willen blijven, juist vanwege de sociale cohesie (Koreman, 2024). Zij trekken uiteindelijk toch vaak weg vanwege werk en huisvesting. In de buitenkernen van dorpen waar zij graag zouden wonen, wordt vooral gebouwd voor traditionele gezinnen. 

Investeren in flexibel werken en passende huisvesting helpt om hen voor het platteland te behouden. Toch blijven zulke investeringen vaak uit. Ondervertegenwoordiging van ‘het platteland’ in het parlement maakt dat het belang van voorzieningen die typisch onder druk staan op het platteland, zoals de huisarts, landelijk nog steeds weinig aandacht krijgt. Wie nieuwe bewoners wil aantrekken en jongeren wil behouden, moet basisvoorzieningen overeind houden – ook als dat op korte termijn weinig oplevert.

Voor de integratie in de ‘mienskip’ is het belangrijk dat mensen elkaar ontmoeten en zich inzetten voor de omgeving. Zo worden overeenkomsten snel duidelijk en verschillen overbrugd. Op het platteland gaat dat vaak sneller omdat mensen sterk bij elkaar betrokken zijn. In de situatie van Farifteh leidt schuring niet tot verwijdering, maar tot wederzijdse nieuwsgierigheid en vriendschap. Maar het vraagt wel continue aandacht van mensen zelf en van lokale bestuurders. 

Verschillen niet overdrijven

Daarbij is het belangrijk verschillen niet te overdrijven: de variatie tussen mensen binnen een regio is nog altijd groter dan de variatie tussen regio’s en SCP-onderzoek laat zien [Verdeeld over het land | Sociaal en Cultureel Planbureau] dat persoonlijke kenmerken belangrijker zijn voor iemands positie in de samenleving dan waar iemand woont. Bovendien geldt in deze tijd dat toegang tot consumptiemiddelen en andere wereldbeelden niet langer afhangt van je woonplaats. Culturele verschillen worden daardoor op termijn ook kleiner.

Kortom: zonder goede basisvoorzieningen komt er geen beweging. Een vitaal platteland vraagt om meer dan economische impulsen alleen. Het vraagt om investeren in sociale én ruimtelijke kwaliteit. Zoals Farifteh zegt: ‘Mienskiep wordt van generatie op generatie doorgegeven, maar is ook een keuze, een vaardigheid die je kunt leren. Ze kiezen hier actief voor de gemeenschap, en voor elkaar.’

Over deze opiniebijdrage

Karen van Oudenhoven is directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) en hoogleraar maatschappelijke veerkracht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Deze column van Karen van Oudenhoven verscheen op 20 mei 2026 op de website van het Financieel Dagblad.