Josje den RidderMariken van der Velden

Alarmisme over sociale media versterkt de gevreesde polarisatie juist, betogen Josje den Ridder en Mariken van der Velden. Hoe begrijpelijk zorgen over de invloed van sociale media ook zijn, de berichtgeving is te eenzijdig alarmistisch. Dat is problematisch: als we kleine problemen te groot maken, dan bestaat de kans dat de grote problemen te klein blijven. Dat vraagt niet om minder aandacht voor de gevaren van sociale media, maar om een scherper debat over wat er werkelijk op het spel staat: een democratisch gesprek waarin iedereen durft te spreken.

Beeld: © ANP

Het alarmisme in dit debat is op drie manieren te eenzijdig. Ten eerste ligt de focus vaak te veel op de invloed van de media. 'Jongeren stemmen niet rechtser vanwege de manosfeer' kopte NU.nl op 3 juni 2026 verbaasd. De verwachting lijkt te zijn dat mensen een bepaalde mening hebben, omdat ze die op sociale media bij een influencer hebben gezien. Onderzoek laat zien dat het proces van meningsvorming veel complexer en dynamischer is. Mensen vormen hun mening op basis van wat ze zien, hoe informatie wordt gepresenteerd, via wie ze het ontvangen én met wie ze erover praten. Het maakt bovendien uit hoe die informatie past bij ervaringen, kennis en overtuigingen die mensen al hebben.

Uitvergroting

Ten tweede is de berichtgeving over media-effecten vaak te eenzijdig, omdat specifieke ontwikkelingen worden uitvergroot of veralgemeniseerd. De kop van Nu.nl veronderstelt niet alleen een direct verband tussen het kijken naar influencers en stemgedrag. Het suggereert ook een uniform mediagebruik onder jongeren en een overeenkomstig effect daarvan. Er zijn jongeren die zich laten beïnvloeden door de manosfeer, maar dit geldt zeker niet voor alle jongeren.

Dit uitvergroten zien we ook bij andere mediabeelden. Denk aan het bestaan van filterbubbels. Ja, er zijn mensen die in bubbels zitten, maar onderzoek laat al jarenlang zien dat dat voor de meeste Nederlanders niet geldt. En ja, steeds meer mensen mijden het nieuws weleens, maar anders dan de term 'nieuwsmijders' suggereert, krijgt iedereen wel iets mee van wat er speelt in Nederland.

Eenzijdig negatief

Ten derde is de berichtgeving over de invloed van (sociale) media en veranderingen in mediagebruik vaak te eenzijdig negatief. Mediawetenschappers Rens Vliegenthart en Sanne Kruikemeijer wezen er al op: er is weinig aandacht voor positieve of neutrale effecten van sociale media op de democratie of onderlinge verhoudingen. Dat mensen toegang hebben tot meer informatie, hun mening gemakkelijker uiten of nieuwe mensen leren kennen, verdwijnt naar de achtergrond.

Bovendien zijn sommige verschuivingen niet per definitie goed of slecht. Het Commissariaat voor de Media rapporteerde medio juni dat het aandeel Nederlanders dat nieuws vooral van sociale media haalt, is gestegen van 2 procent in 2018 naar 7 procent nu. Het beeld dat we erbij hebben is dat die 7 procent ten prooi valt aan influencers, maar misschien volgt een groot deel van hen via sociale media nieuws van de NOS, RTL of de krant? Is dat erg?

Open uitwisseling

Eenzijdig alarmisme kan het probleem dat het wil bestrijden juist versterken. Want onder de zorgen over media schuilt iets wezenlijks: de angst dat filterbubbels, polarisatie en online dynamieken de saamhorigheid aantasten en het democratische debat uithollen. Overtrokken en ongenuanceerde verhalen over mediagevaren werken averechts: ze tasten precies aan wat ze zeggen te verdedigen, namelijk open uitwisseling.

Alarmisme zet mensen neer als slachtoffers van techbro's, van algoritmen en van het systeem. Maar mensen zijn ook producenten, verspreiders, kiezers en stemmers. Die rol verdwijnt als het debat alleen draait om angst.
Kortom, wie een open en oplossingsgericht debat wil voeren, moet mensen niet bang of passief maken. Onderzoek liever hoe de veranderingen in de informatiesamenleving ons beïnvloeden en hoe we daar iets mee kunnen doen.

Deze opiniebijdrage verscheen in Trouw op 2 juli 2026.