Experts en politici zijn tijdens de coronaverhoren opnieuw bedreigd. Deze dreigementen komen voort uit wantrouwen in combinatie met frustratie over maatregelen, schrijft Karen van Oudenhoven.

De verhoren van de parlementaire enquêtecommissie corona gaan na het reces eind augustus weer van start. Een belangrijke vraag tijdens deze verhoren is of er in de aanpak van corona altijd voldoende oog is geweest voor de gevolgen van de crisis voor de samenleving. Voor een van deze gevolgen is speciale aandacht: de bedreiging van wetenschappers en politici. We kennen allemaal het voorbeeld van viroloog Marion Koopmans, die overladen werd met dreigementen van onder anderen complotdenkers.

De bedreigingen waren zo heftig dat zij zich niet meer veilig voelde om publieke optredens te doen zonder politiebescherming. Oud-minister van Justitie en Veiligheid Ferd Grapperhaus liet tijdens de verhoren foto’s zien van zijn bekladde huis en afbeeldingen van hemzelf in een concentratiekamppak die tijdens corona op sociale media de ronde deden. Beiden omschrijven de grote impact op henzelf en hun gezin.

De bedreiging van sleutelspelers beperkt zich niet tot de coronaperiode; ook tijdens de verhoren werden ze bedreigd. Dat is ernstig – voor henzelf én de democratie. Bedreigingen kunnen ertoe leiden dat getuigen minder bereid zijn open hun afwegingen op tafel te leggen, wat de enquête ondermijnt. Ook tijdens een crisis is het cruciaal dat bewindslieden en experts kunnen handelen op basis van professionele inzichten en zich niet laten leiden door angst.

De verhalen van Koopmans en Grapperhaus staan niet op zichzelf. Uit internationaal onderzoek onder wetenschappers die over corona publiceerden, blijkt dat 38% van hen te maken kreeg met bedreiging, bijvoorbeeld door dreigmails, doodsbedreigingen of het openbaar maken van iemands adres. Ander onderzoek wijst als oorzaak voor deze intimidaties op wetenschapscynisme – de opvatting dat wetenschappers incompetent en corrupt zijn – in combinatie met gevoelens van frustratie door de restricties tijdens corona. Allerlei maatregelen die de bewegings- en keuzevrijheid van mensen inperkten, kwamen voort uit wetenschappelijke inzichten, is daarbij de gedachte.

Ook politici kregen te maken met een sceptische houding van een deel van de bevolking. Tijdens corona liep het percentage vertrouwen in de politiek terug van 75% naar 40%. Maatregelen kregen steeds minder steun. Voor een groeiende groep woog individuele vrijheid zwaarder dan bescherming van de volksgezondheid. Kennelijk komen veel bedreigingen voort uit een gevoel de eigen vrijheid of veiligheid te verliezen en geen vertrouwen te hebben in het handelen van mensen aan het roer. Daarbij speelt ook dat veel mensen denken niet gehoord te worden door de politiek. Ook de psychologische afstand die mensen ervaren tot de wetenschap, draagt bij aan cynisme.

Wat kunnen we doen om de bron van intimidatie weg te nemen? Allereerst is het belangrijk om bedreigingen te zien als signaal van onderliggende zorgen die breder leven in de samenleving. We moeten die zorgen serieus nemen en een plek geven in de crisisbeheersing en niet langer afdoen als dom en onverstandig.

Daarnaast is het aan de wetenschap en de politiek om ook tijdens een crisis keuzes van beleid aan het brede publiek uit te leggen en vooral daarover in gesprek te gaan – ook met de mensen die een heel andere mening zijn toegedaan. Proberen te begrijpen wat de onderliggende oorzaken zijn van een bedreiging is niet hetzelfde als het goedpraten ervan. Zowel bij de parlementaire verhoren over corona als in een crisistijd wil je dat intimidatie veroordeeld wordt en dat de bescherming voor alle betrokkenen goed geregeld is.

Alleen op die manier beschermen we onze democratie, ook op kwetsbare momenten.

Over deze bijdrage

Karen van Oudenhoven is directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) en hoogleraar maatschappelijke veerkracht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Deze column van Karen van Oudenhoven verscheen op 4 augustus 2026 op de website van het Financieel Dagblad.