Beleid werkt beter als burgers vanaf het begin mee praten over plannen en de uitwerking ervan. Dat blijkt volgens SCP-directeur Karen van Oudenhoven uit drie pilots tijdens de Dutch Design Week.

Beleid maken dat echt aan sluit bij het dagelijks leven van mensen. Om dat te bereiken stelde ik in mijn essay ‘Burgers gelijkwaardig aan ontwerp tafel van beleid’ in 2024 voor om burgers al vanaf de eerste plannen voor nieuw beleid te betrekken. Niet als toehoorder, maar als gelijkwaardige partner in het ontwerpproces.

Tijdens de Dutch Design Week, vorige maand, werden drie initiatieven gepresenteerd die bewijzen dat dit kan. Deze zogenoemde ontwerpcoalities – voor laaggeletterdheid, verduurzaming van de agrarische sector en weerbaarheid – laten zien hoe vruchtbaar de betrokkenheid van burgers bij beleidsontwikkeling kan zijn.

Laaggeletterdheid is bij uitstek een maatschappelijk probleem dat je niet oplost met nog meer lesuren leesvaardigheid. Het gaat namelijk ook over schaamte, het verstrikt raken in het woud van complexe digitale loketten en eenzaamheid. Beleidsontwikkelaars en beleidsmakers die samen met mensen die moeite hebben met taal, om de tafel gaan zitten, ontdekken heel andere oplossingen dan wanneer deze mensen niet betrokken zijn. Stuur begrijpelijke brieven, maak eenvoudige visuele ‘wegwijzers’ voor websites, zorg voor laagdrempelige plekken, zoals de bieb, waar je zonder schaamte je vragen kunt stellen. 

Hetzelfde geldt bij de verduurzaming van de agrarische sector. Voor veel boeren gaat verduurzaming niet om een abstract klimaatvraagstuk met stikstof in de hoofdrol, maar om een existentiële dreiging. Het gaat ook vaak om het hart in plaats van het hoofd.

Beleidsmakers die zich bewust verplaatsen in de leefwereld van boerenfamilies, komen niet alleen weerstand tegen, maar vinden uit eindelijk ook bereidheid en ideeën om samen toe te werken naar een nieuwe stip aan de horizon.

Weerbaarheid gaat over hoe wij als samenleving omgaan met crises: voedseltekorten, stroomuitval en cyberaanvallen. De lege schappen bij Albert Heijn liggen nog vers in het geheugen. De ontwerpcoalitie bracht burgergroepen, gemeenten, veiligheidsregio’s en andere beleidsmakers bij elkaar om samen te oefenen in weerbaarheid. Dan blijkt dat een weerbare samenleving ook gaat over heel praktische zaken: wie belt wie, waar treffen we elkaar, wie is waar goed in? Dergelijke initiatieven zijn er al in Súdwest Fryslân, Brabant-Zuidoost, Arnhem en Leiden.

De motor achter deze coalities is Pont (Publieke Ontwerppraktijk), een tijdelijk programma van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, uitgevoerd door de Dutch Design Foundation. Met drie voorbeelden toont Pont hoe bedenkers, beleidsmakers en burgers stap voor stap samenwerken: probleem- analyse, perspectieven delen, prototypes van beleid maken, aanscherpen, enzovoort. Het zijn precies deze processen die we nodig hebben voor het oplossen van taaie vraagstukken waar geen simpele oplossing voor is.

Je zou willen dat een dergelijke aanpak consequent wordt doorgevoerd in de ministeries. Beschouw de departementen als designlabs, waar ambtenaren samen met burgers en uitvoerders werken aan beleid. Laag geletterden worden dan medeverantwoordelijk voor begrijpelijke wetteksten, boeren zitten serieus aan tafel voor het ontwerp van een realistisch verduurzamingsbeleid en buurtbewoners maken samen met veiligheidsregio’s crisisplannen voor de wijk. Dat zou het beleid een stuk beter maken. Je ziet immers eerder wat werkt en wat niet. En het draagvlak groeit, vanwege brede betrokkenheid.

Helaas … Pont loopt af. Maar zijn werkwijze mag niet verdwijnen. We hebben een overheid nodig die niet alleen over mensen gaat, maar sa men met mensen werkt. 

Over deze opiniebijdrage

Karen van Oudenhoven is directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) en hoogleraar maatschappelijke veerkracht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Deze column van Karen van Oudenhoven verscheen op 2 november 2026 op de website van het Financieel Dagblad.