Toen de coronapandemie in maart 2020 losbarstte, trof de crisis niet alleen de gezondheidszorg en de economische orde, maar ook het culturele weefsel van Nederland. In het beleidssignalement Corona en de betekenis van het culturele leven onderzoekt het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) wat de pandemie betekent voor de cultuur en wat cultuur voor mensen daadwerkelijk is: niet alleen als sector met instellingen en artiesten, maar vooral als onderdeel van het alledaagse leven dat ontspanning, ontmoeting en ontplooiing mogelijk maakt.

De lockdownmaatregelen die bioscopen, theaters, concertzalen en musea sloten, evenementen verboden en sociale afstand eisten, ontnamen mensen abrupt de fysieke toegang tot zeer uiteenlopende cultuuruitingen. Dat had niet alleen economische gevolgen voor instellingen en makers, maar raakte direct de vraag wat cultuur betekent voor burgers: hun interesse, bezoek, beoefening en vrijwilligersactiviteiten. 

Verschraling

Het SCP plaatst daarom het perspectief van de bevolking centraal en verkent hoe corona de betrokkenheid bij cultuur onder druk zet. Daarnaast waarschuwt het signalement dat een langdurige crisis de culturele infrastructuur kan verschralen, waardoor steden minder aantrekkelijk worden voor bewoners, toeristen en bedrijfsleven, en waardoor maatschappelijke netwerken die rond cultuur bestaan, verzwakken. Ook kleinere podia, amateurkunstverenigingen en educatieve instellingen komen daardoor in de knel. 

Draagvlak

Het rapport biedt geen uitvoerige economische analyse van de sector, maar richt zich juist op het sociale en culturele draagvlak: wat verliezen mensen als cultuuruitingen wegvallen, hoe verandert hun betrokkenheid bij kunst en erfgoed, en wat zegt dat over de rol van cultuur in het leven van Nederlanders tijdens én na corona? 

Waarom dit onderzoek?

Auteur

Andries van den Broek

Download de publicatie