Dit essay is geschreven tijdens de derde golf, als de coronacrisis al langer dan een jaar duurt. Volgens het essay is de maatschappelijke urgentie dat het openen van de samenleving na de coronacrisis gepaard gaat met een collectief probleem van grote omvang: het in bedwang houden van het virus. Dit vraagt om een collectieve inspanning die geld kost (zoals testen, vaccineren en het coronaproof maken van gebouwen).
Hierdoor komt de vraag “wie betaalt wat?” nadrukkelijk op tafel te liggen, en ontstaat er een belangrijk verdelingsvraagstuk. Het essay richt zich op deze verdelingsvraag.
Waarom dit onderzoek?
Het essay richt zich op deze verdelingsvraag, specifiek bij het openen van niet-essentiële onderdelen van de economie zoals sociaal verkeer, sport en cultuur (restaurants, cafés, festivals, sportdeelname, culturele evenementen en musea).
Het essay biedt aanknopingspunten voor het verdelingsvraagstuk; we gaan niet in op de timing of de wijze van openen en evenmin op de effectiviteit van testbeleid.
Het essay is een wetenschappelijke verkenning en bespreekt op basis van bestaande literatuur, beleid en theoretische inzichten het verdelingsvraagstuk rondom het openen van de samenleving en het profijtbeginsel. Er worden criteria en argumenten uit eerdere SCP-onderzoeken en relevante publicaties aangehaald, maar er is geen sprake van empirisch onderzoek of dataverzameling binnen dit essay zelf.