Dit essay richt zich op het openen van een aantal ‘niet-essentiële’ onderdelen van de economie rond sociaal verkeer, sport en cultuur, zoals restaurants en cafés, festivals, sportdeelname en culturele evenementen en musea. We bespreken hier alleen het verdelingsvraagstuk; we gaan niet in op de timing of de wijze van openen en evenmin op de effectiviteit van testbeleid.