Mensen met een lichamelijke beperking kunnen nog niet vanzelfsprekend deelnemen aan de samenleving. Zij ervaren drempels in onder meer de openbare ruimte, voorzieningen en sociale contacten. Daardoor ondernemen zij minder activiteiten en hebben zij minder regie over hun leven. Toegankelijkheid gaat daarbij niet alleen over fysieke aanpassingen, maar ook over houding en gedrag van anderen. Dat blijkt uit het rapport Lang niet toegankelijk van het Sociaal en Cultureel Planbureau.
Binnenkort is het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap in Nederland vijf jaar in werking. Het verdrag bevestigt het recht van mensen met een lichamelijke beperking om gelijkwaardig deel te kunnen nemen aan de samenleving, net als ieder ander. Toch ondernemen mensen met een lichamelijke beperking duidelijk minder dan anderen en voelen zij zich ook minder in staat hun leven naar eigen inzicht in te richten.
Waarom dit onderzoek?
Nederland heeft zich met het VN-verdrag Handicap gecommitteerd aan een inclusieve samenleving waarin iedereen gelijkwaardig kan meedoen. In de praktijk ervaren mensen met een lichamelijke beperking nog veel belemmeringen. Deze belemmeringen beperken hun mogelijkheden om zelfstandig deel te nemen aan het maatschappelijk leven en vergroten ongelijkheid.
Het onderzoek laat zien dat toegankelijkheid breder is dan fysieke aanpassingen alleen. Ook sociale factoren, zoals bejegening en bewustzijn, spelen een belangrijke rol. Inzicht in deze drempels helpt beleidsmakers, gemeenten en organisaties om gerichter te werken aan een inclusieve samenleving.
Voor dit onderzoek combineerde het SCP verschillende databronnen met interviews met mensen met een lichamelijke beperking. Daardoor ontstaat inzicht in zowel de ervaren knelpunten in het dagelijks leven als in bredere patronen van participatie.
Auteurs
Lotte Vermij, Wendelmoet Hamelink