De werelden van arm en rijk in Nederland groeien langzaam maar gestaag uit elkaar, zo blijkt uit dit rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau. Onderzoek naar de leefwerelden van de 20 procent minst en 20 procent meest welvarende 30- tot 59-jarigen laat zien dat mensen met weinig geld en mensen met veel geld steeds vaker vooral onderling contact hebben. Dat geldt op straat, op het schoolplein, op het werk en in familiekring. Waar rijke en arme Nederlanders elkaar ooit vaker kruisten, leven zij nu eerder in parallelle werelden. Daarin komen ze vooral hun eigen soortgenoten tegen.
Dat heeft subtiele, maar ingrijpende gevolgen. In rijkere buurten in de Randstad en Eindhoven hebben welgestelde huishoudens vooral andere welgestelde buren. In arme stedelijke gebieden, zoals delen van Zuid-Limburg en de zuidelijke Randstad, zien mensen met weinig middelen hun omgeving armer worden en hun netwerk krimpen.
Middenklasse is ‘brug’
De bijlage bij het rapport ondersteunt deze trends met extra cijfers over hoe vaak verschillende groepen in de elkaar ontmoeten en welke contexten daarbij een rol spelen. Uit de cijfers blijkt dat juist de middenklasse, de middelste 60 procent van de bevolking, vaak nog in gemengde leefwerelden leeft. Zij is dan de ‘brug’ tussen arm en rijk. Een half miljoen mensen aan de onderkant en meer dan 600.000 mensen aan de bovenkant hebben daarentegen steeds eenzijdigere sociale omgevingen.
Steeds vaker in ‘bubbel’
De maatschappelijke impact van deze ontwikkeling reikt verder dan cijfers: eenzijdige leefwerelden ondermijnen kansengelijkheid, verdiepen sociale kloven en maken wederzijds begrip lastiger. Het SCP wijst erop dat beleidsmaatregelen in onderwijs, woningmarkt en arbeidsorganisatie deze scheidslijnen kunnen helpen doorbreken, maar waarschuwt dat Nederland zonder gerichte aandacht in toenemende mate in ‘sociale bubbels’ zal leven
Waarom dit onderzoek?
De toenemende scheiding tussen de leefwerelden van arm en rijk raakt direct aan sociale samenhang en kansengelijkheid. Als groepen elkaar steeds minder ontmoeten, verdwijnen vanzelfsprekende contactmomenten waarin begrip, vertrouwen en wederzijds perspectief kunnen ontstaan. Dat vergroot het risico op wij-zij-denken, wantrouwen richting instituties en een gevoel van achterstelling aan de onderkant van de samenleving. Tegelijkertijd raken mensen aan de bovenkant steeds meer het zicht kwijt op hoe het leven eruitziet met onzeker werk, schulden of een slechte gezondheid. Die vervreemding kan zich snel vertalen in maatschappelijke spanningen en politieke polarisatie.
Leefwerelden bepalen niet alleen met wie mensen omgaan, maar ook welke normen zij vanzelfsprekend vinden, welke kansen zij zien en hoe zij naar beleid en rechtvaardigheid kijken. Als sociale bubbels vaker voorkomen, worden problemen als armoede, onderwijsongelijkheid en woonsegregatie moeilijker gezamenlijk aan te pakken. Het onderzoek laat zien dat de sociale middenklasse nog een verbindende rol kan spelen, maar ook dat die brug onder druk staat. Ook daarom is inzicht in verschillende leefwerelden essentieel voor beleid dat niet alleen herverdeelt, maar ook verbindt.
Het SCP baseert dit onderzoek op de grootschalige registerdata waarmee het CBS de sociale leefwerelden van Nederlanders systematisch in kaart brengt. De onderzoekers selecteerden de 20 procent armste en 20 procent rijkste 30- tot 59-jarigen en analyseerden in welke mate zij andere inkomensgroepen kunnen ontmoeten in hun dagelijks leven. Daarbij keken zij naar verschillende contexten, zoals de buurt waarin mensen wonen, hun werkplek, het onderwijs van hun kinderen en hun familie- en partnerrelaties. Door deze zogenoemde ‘ontmoetingskansen’ van verschillende inkomensgroepen te vergelijken, ontstaat een gedetailleerd beeld van hoe gescheiden of gemengd sociale omgevingen zijn.
Auteurs
Lotte Vermeij en Lex Thijssen
Gerelateerde publicaties
Eigentijdse ongelijkheid. De postindustriële klassenstructuur op basis van vier typen kapitaal
Lees verderReflectie brede welvaart: Prinsjesdag 2024
Lees verderBeleidsvisies, burgervisies en gedragingen
