In elke gemeente vind je mensen, groepen en organisaties die kinderen en gezinnen onbetaald ondersteunen in hun ontwikkeling en opvoeding. Denk aan een vrijwilliger in een jongerencentrum, aan de trainer van een sportvereniging en een ouder die een andere ouder die een luisterend oor biedt. In deze kennisnotitie en handreiking van het SCP lees je meer over deze informele ondersteuning, met concrete tips voor gemeenten.
Kennisnotitie
Het SCP benadrukt in deze kennisnotitie de rol van drie omgevingen waarin informele ondersteuners actief zijn: buurtgemeenschappen, verenigingen en één-op-één vrijwillige ondersteuning in en rond het huis.
Deze informele ondersteuners zijn van grote waarde voor kinderen en gezinnen en vormen daarom een belangrijk onderdeel van de sociale of pedagogische basis. Hun impact – en de kansen en uitdagingen die zij tegenkomen – hangen sterk af van de omgeving waarin zij actief zijn. Wil een gemeente informele ondersteuners optimaal inzetten voor gezinnen en jongeren? Dan is het belangrijk om op alle relevante terreinen actief beleid te voeren.
Bruggenbouwers spelen een sleutelrol: deze professionals slaan de brug tussen gemeente en informele ondersteuners, en zorgen voor samenwerking in de praktijk.
Handreiking
Deze handreiking biedt aanknopingspunten voor beleid voor gemeenten om die informele ondersteuners willen versterken in gemeenschappen in de buurt, bij verenigingen en bij gezinnen thuis of dichtbij huis. Gemeenten krijgen inzicht in: wat is de meerwaarde, wie zijn de bruggenbouwers en wat kan de gemeente doen.
“De gemeente kan ze hierin faciliteren, zonder de rol van de vrijwilligers over te nemen. Deze handreiking helpt daarbij”, aldus onderzoeker Freek Bucx.
Waarom dit onderzoek?
Nederland is een land waar veel mensen vrijwilligerswerk doen en elkaar helpen. De overheid wil dat informele ondersteuners, zoals vrijwilligers, een grotere rol krijgen in het ondersteunen van gezinnen en jeugd. Dit is vastgelegd in de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO) en de Jeugdwet.
Pedagogisch klimaat
Gemeenten zijn verantwoordelijk om deze ondersteuning te organiseren en het pedagogisch klimaat te versterken. In de Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028 staat dat de directe leefomgeving van kinderen en gezinnen sterker moet worden gemaakt. Zo zouden ouders en kinderen eerst hulp moeten krijgen uit hun omgeving, voordat ze professionele zorg zoeken. Dit helpt problemen te voorkomen en maakt de jeugdzorg beter betaalbaar, want de druk op de jeugdzorg is groot.
Beleidsmakers en professionals kunnen de kennis uit deze onderzoeken gebruiken om de infrastructuur voor informele ondersteuning voor kinderen en gezinnen te versterken.
Voor goede samenwerking is het belangrijk dat mensen en organisaties elkaar makkelijk kunnen vinden en met elkaar kunnen overleggen. Denk aan huisartsen, jeugdhulporganisaties, scholen en vrijwilligers. Netwerkcoördinatoren kunnen hierbij helpen door verbindingen te leggen. Ook netwerken of leertafels zorgen ervoor dat vrijwilligers en professionals elkaar leren kennen, elkaars werk waarderen en samen bepalen welke hulp het beste past: hulp van een vrijwilliger, een professional, of allebei.
De gemeente kan dit ondersteunen door in haar beleid en afspraken ruimte te maken voor samenwerking, zodat professionals hier ook echt tijd voor krijgen.
Voor de kennisnotitie is onderzoek uitgevoerd in twee gemeenten die expliciet beleid hebben voor de inzet van informele ondersteuners binnen het jeugdbeleid.
De aanpak bestond uit literatuur- en documentstudie, gesprekken met experts, interviews met professionals, vrijwilligers, ouders en jongeren, twee klankbordgroepbijeenkomsten met ervaringsdeskundigen, en observaties. Ook zijn twee expertbijeenkomsten gehouden met deelnemers uit andere gemeenten om de inzichten te verbreden.
Meer details over de methode en gemeenten zijn te vinden in de bijlagen bij de publicatie.
Op basis van de kennisnotitie is de handreiking voor gemeenten geschreven.
Download het onderzoek