Het meer en eerder gebruiken van gedragsinzichten van mensen biedt belangrijke kansen om overheidsbeleid realistischer, effectiever en meer mensgericht te maken. In de praktijk worden deze inzichten echter nog niet altijd genoeg benut, met name omdat ze vaak pas later in het beleidsproces worden toegepast. Dat blijkt uit het rapport Gedragsinzichten voor mensgericht beleid van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP), gebaseerd op een casestudy rondom de preventie van armoede en geldzorgen binnen de rijksoverheid.

Beeld: © Kansfonds / Linelle Deunk

“Er is binnen de overheid steeds meer aandacht voor gedrag van mensen en hoe ze keuzes maken,” zegt Wieke Blijleven, onderzoeker bij het SCP.  In de praktijk worden gedragsinzichten echter vaak pas later in het beleidsproces gebruikt. Door deze eerder en breder in te zetten, kan overheidsbeleid beter aansluiten bij het gedrag van mensen en de keuzes die ze maken. “Als beleid nog beter aansluit bij de leefwereld van mensen, pakt het effectiever uit.”

Betere keuzes maken

Uit het onderzoek blijkt dat gedragsinzichten nu vooral worden gebruikt bij de uitwerking van beleid, bijvoorbeeld in communicatie of het vormgeven en onderbouwen van specifieke maatregelen. Juist in eerdere fases, bij het bepalen van het probleem en het ontwerpen van beleid, kunnen deze inzichten helpen om meer effect te hebben. “Een voorbeeld is de subsidie voor financiële lesprogramma’s voor jongeren in het MBO en voorgezet onderwijs. Er wordt bij deze subsidieregeling goed naar gedragsinzichten gekeken om te zorgen dat deze lesprogramma’s effectief zijn en passen bij de leefwereld van jongeren. Maar we weten ook uit gedragsonderzoek dat financieel onderwijs het beste werkt als je die structureel inzet: voor alle leeftijden en op alle scholen.”

Het SCP-onderzoek laat zien dat het gebruiken van gedragsinzichten onder meer wordt beperkt door hoe het beleidsproces is ingericht. Andere beperkende factoren kunnen bijvoorbeeld zijn geld en tijd. Het SCP benadrukt dat gedragsinzichten geen vervanging zijn van praktijk- en ervaringskennis en andere belangrijke overwegingen, maar juist een waardevolle aanvulling kunnen zijn. Door meer structureel rekening te houden met het gedrag van mensen, sluiten beleidsmaatregelen beter aan bij de praktijk en dragen ze daarmee bij aan effectiever beleid dat beter past bij de leefwereld van mensen.