Gedragsinzichten bieden belangrijke kansen om beleid realistischer, effectiever en mensgerichter te maken. In de praktijk worden deze inzichten echter nog niet altijd optimaal benut, met name doordat ze vaak pas later in het beleidsproces worden toegepast. Dat blijkt uit het rapport Gedragsinzichten voor mensgerichter beleid van het Sociaal en Cultureel Planbureau.
In dit rapport onderzoeken we de veronderstellingen over gedrag en het gebruik van gedragsinzichten in een concrete beleidscasus op het gebied van bestaansonzekerheid, namelijk de preventie van geldzorgen en armoede. De casus laat zien dat beleidsmedewerkers een genuanceerd en divers beeld van gedrag hebben, maar ook dat gedragsinzichten niet altijd (kunnen) worden gebruikt in de omgeving waarin zij werken. We beschrijven hoe dat komt en bieden handelingsperspectieven voor hoe en wanneer gedragsinzichten het beleidsproces verder kunnen versterken.
Gedragsinzichten in beleidsinterventies
Uit het onderzoek blijkt dat gedragsinzichten nu vooral worden gebruikt bij de uitwerking van beleidsinterventies, bijvoorbeeld in communicatie of het vormgeven van specifieke maatregelen. Juist in eerdere fases, zoals bij het definiëren van het probleem en het ontwerpen van beleid, kunnen deze inzichten helpen om betere keuzes te maken en ongewenste effecten te voorkomen. Het gaat daarbij niet alleen om individueel gedrag, maar ook om de rol van de omgeving en het systeem waarin mensen keuzes maken.
Tegelijk laat het onderzoek zien dat de toepassing van gedragsinzichten niet zozeer wordt beperkt door beleidsmakers zelf, maar vooral door de manier waarop het beleidsproces is ingericht, de kaders waarbinnen wordt gewerkt en de beschikbare tijd en ruimte.
Projectleider Wieke Blijleven: “Er is binnen de overheid steeds meer aandacht voor gedrag en hoe mensen keuzes maken. Door gedragsinzichten eerder en breder in te zetten, kan beleid nog beter aansluiten bij de leefwereld van mensen en daarmee effectiever uitpakken.”
Waarom dit onderzoek?
Bestaanszekerheid is een grondrecht voor iedereen in Nederland. Het is een belangrijk onderdeel van de kwaliteit van onze samenleving en een belangrijk politiek thema. Maar het is ook een thema waar veel misvattingen over bestaan. Er bestaan hardnekkige vooroordelen in de samenleving en politiek over het gedrag van mensen die te maken hebben met bestaansonzekerheid. Zulke vooroordelen kunnen effectief beleid in de weg zitten.
We analyseerden vijftien beleidsdocumenten en interviewden achttien ambtenaren met een beleids-, communicatie- of kennisfunctie, en organiseerden een focusgroep met negen van deze ambtenaren. Daarbij keken we naar hoe beleid kijkt naar gedrag en het gebruik van gedragskennis in de probleemanalyse, de beleidsdoelen en de beleidsinterventies (de beleidstheorie) en mogelijke verklaringen daarvoor.
Er is bij burgers en beleidsmakers een sterke behoefte om beleid beter te laten aansluiten bij de leefwereld van burgers. Een manier om dit te doen is om gebruik te maken van gedragsinzichten. Kennis over gedrag speelt een belangrijke rol bij het onderbouwen en uitwerken van individuele interventies, en wordt waar mogelijk gebruikt om te kiezen voor bewezen effectieve interventies. Om beter te begrijpen en te leren hoe de kwaliteit van beleid verder verbeterd kan worden, onderzoeken we in dit rapport de veronderstellingen over gedrag en het gebruik van gedragskennis.
Auteurs
Wieke Blijleven, Pauline van Romondt Vis, Said Sarwary, Anja Steenbekkers.
