Informele zorg (IZG)

Om een beeld te krijgen van de situatie in de informele zorg, zowel qua mantelzorgers als qua andere zorgvrijwilligers, is gekeken wat de feitelijke omvang van de informele zorg is, bij welke groepen de bereidheid om (meer of andere) informele zorg te geven groter is dan bij anderen en met welke kenmerken  het (willen) geven samenhangt.

Dit onderzoek sluit min of meer aan op de survey naar informele hulpverlening / mantelzorg (IH) uit 2001, 2007 en 2008.

Korte onderzoeksbeschrijving

Doelpopulatie: in Nederland woonachtige, niet-institutionele bevolking van 18 jaar en ouder

Soort onderzoek: enquête

Steekproefeenheid: persoon

Entiteiten: personen

Steekproefkader: personensteekproefkader 2014 van het CBS, afgeleid uit de GBA

Steekproefmethode: drie porties: maandelijks een gestratificeerde tweetrapssteekproef (deelgemeente, persoon), stratificatie naar COROP-gebied

Verzamelmethode: internetvragenlijst (CAWI), telefonische benadering (CATI)

Opdrachtgever: Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP)

Veldwerk: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS)

Frequentie: 2014,  herhaald in 2016

Weging: naar leeftijd, geslacht, burgerlijke staat, herkomst, stedelijkheid, provincieplus, type huishouden en gestandaardiseerd huishoudinkomen

Verslagperiode: het jaar voorafgaand aan de enquête

IZG2016

Veldwerkperiode: 13 september tot en met 11 december 2016

Steekproefomvang: 18.882 personen

Respons: 7166 personen (3871 via CAWI, 3295 via CATI)

IZG 2014

Veldwerkperiode: 11 september 2014 tot en met 31 december 2014

Steekproefomvang: 18.000 personen

Respons: 7330 personen (3915 via CAWI, 3415 via CATI)