Hoeveel mensen in Nederland hebben een licht verstandelijke beperking (LVB)? In deze notitie maakt het Sociaal en Cultureel Planbureau een zo nauwkeurig mogelijke schatting van deze groep. Het gaat om mensen met een relatief laag IQ en een beperkte sociale redzaamheid. Omdat hierover geen volledige registraties bestaan, is het aantal niet exact vast te stellen. De publicatie geeft daarom een onderbouwde schatting met een bandbreedte.
In deze notitie maakt het SCP een recente en zo precies mogelijke schatting van het aantal mensen met een licht verstandelijke beperking (LVB’ers). Het gaat om mensen met een relatief laag IQ en veelal een beperkte sociale redzaamheid. Er zijn geen registraties van het IQ en/of de sociale redzaamheid van de bevolking. Daarom is het aantal mensen met een LVB (IQ 50-85) niet precies vast te stellen en moet hun aantal worden geschat. De schatting is met grote onzekerheid omgeven omdat de informatie over het aantal mensen in deze groepen nu eenmaal schaars en onvolledig is. Om een idee te geven van deze onzekerheid presenteren we ook een bandbreedte van deze schatting.
Dit onderzoek is uitgevoerd in het kader van het Interdepartementaal beleidsonderzoek Mensen met een licht verstandelijke beperking (IBO-LVB). Dit IBO-LVB analyseert of het beleid ten aanzien van de groep (LVB) doelmatiger en doeltreffender kan.
Waarom dit onderzoek?
Mensen met een licht verstandelijke beperking doen relatief vaak een beroep op ondersteuning en voorzieningen, terwijl deze niet altijd goed aansluiten op hun behoeften. Tegelijkertijd ontbreekt het aan betrouwbare cijfers over de omvang van deze groep. Dat maakt het lastig om beleid effectief vorm te geven en middelen goed te verdelen.
De schatting laat zien dat het om een aanzienlijke groep gaat: ongeveer 1,1 miljoen mensen, met een bandbreedte tussen circa 0,8 en 1,4 miljoen. Dit onderstreept het belang van beleid dat rekening houdt met hun specifieke behoeften, bijvoorbeeld op het gebied van zorg, onderwijs en participatie. Inzicht in de omvang van de groep helpt om beleid doelmatiger en doeltreffender te maken.
Omdat er geen directe registraties zijn van IQ en sociale redzaamheid, combineerde het SCP verschillende databronnen en aannames om tot een schatting te komen. Daarbij is gebruikgemaakt van gegevens over IQ-verdeling in de bevolking en informatie over sociale redzaamheid. Ook zijn alternatieve berekeningen uitgevoerd om de onzekerheid in de schatting inzichtelijk te maken.
- Onderzoek jeugd en opgroeien (OJO)
- Personen met een verstandelijke handicap (PVH)
Auteurs
Isolde Woittiez, Evelien Eggink en Michiel Ras