Nederland wil in 2050 een aardgasvrije gebouwde omgeving. Dat vraagt grote veranderingen van huiseigenaren en huurders. In dit rapport onderzoekt het SCP hoe burgers denken over aardgasvrij wonen, welk draagvlak er is en welke groepen daarin voor- of achterlopen. Het onderzoek laat zien dat steun voor klimaatdoelen niet automatisch betekent dat mensen ook bereid of in staat zijn om concrete stappen te zetten.  

Brede steun, maar terughoudendheid bij concrete stappen 

Veel mensen vinden het belangrijk om klimaatverandering tegen te gaan en zien de energietransitie als noodzakelijk. Die brede steun vertaalt zich echter niet vanzelf naar draagvlak voor het aardgasvrij maken van de eigen woning. Vooral maatregelen die grote investeringen vragen, zoals woningverduurzaming, worden vaak uitgesteld. 

Grote verschillen tussen groepen 

Niet iedereen staat er hetzelfde voor. Jongere, hogeropgeleide en financieel sterkere huishoudens overwegen vaker aardgasvrije alternatieven dan ouderen, lageropgeleiden en mensen met een kwetsbare financiële positie. Daardoor dreigt een groeiende kloof tussen groepen die mee kunnen doen en groepen die achterblijven. 

Onzekerheid remt bereidheid 

Twijfels over kosten, technische oplossingen en toekomstige regelgeving maken mensen terughoudend. Ook speelt mee dat het onderzoek is uitgevoerd vóór de coronacrisis, waarna voor veel huishoudens de financiële onzekerheid is toegenomen. Dat vergroot de kans dat vooral kwetsbare groepen investeringen blijven uitstellen. 

Waarom dit onderzoek?

Auteurs


 Samantha Scholte, Yvonne de Kluizenaar, Tim de Wilde, Anja Steenbekkers, Christine Carabain