De klimaattransitie vraagt om een snelle transformatie en afweging van verschillende belangen. Zo kunnen keuzes in het klimaatbeleid de Nederlandse concurrentiepositie raken, zorgen voor grote veranderingen in de leefomgeving, of conflicteren met belangen zoals woningbouw of natuurbehoud. Er zijn keuzes nodig rond de verdeling van middelen in tijden van toenemende geopolitieke spanning en grote economische verschuivingen in de wereld. Klimaatmaatregelen kunnen zorgen voor verdelingseffecten en de bestaanszekerheid van burgers raken. Daarbij vraagt de transitie ook veel van burgers, zoals het verduurzamen van hun woning en vervoer en verandering van leefstijl. Deze maatschappelijke transitie zet vanwege de ingrijpende gevolgen voor burgers spanning op de relatie tussen burgers en de overheid. 

Niet iedereen wil even graag mee in de veranderingen, en niet iedereen is daar even goed voor toegerust. In ons onderzoek analyseren we daarom onder meer welke verdeling van lusten en lasten op klimaatgebied als ‘rechtvaardig’ wordt ervaren door burgers. Daarbij gaat het zowel om de verantwoordelijkheidsverdeling tussen burgers, bedrijven en overheid, als om de verdeling van lusten en lasten tussen (groepen) burgers. Een meerderheid vindt dat de kosten van de klimaataanpak op dit moment oneerlijk zijn verdeeld tussen arme en rijke Nederlanders en tussen bedrijven en burgers. We kijken daarom hoe beleidskeuzes kunnen worden gemaakt zonder dat de al bestaande structurele ongelijkheid of het gevoel van oneerlijkheid er door toenemen.

Betrokkenheid van burgers

Daarnaast onderzoeken we hoe het burgerperspectief beter kan worden meegenomen in beleidsontwikkeling. Daartoe ontwikkelen en delen we kennis over dat burgerperspectief. We werken aan screeningsinstrumentarium om beleid aan de voorkant te kunnen doordenken op sociaalmaatschappelijke kansen en knelpunten. Verder kijken we naar beleidsmaatregelen die de betrokkenheid van burgers vergroten, zoals het inzetten van instrumenten die zich richten op beleidsparticipatie en democratische vernieuwing. We kijken of en hoe die kunnen bijdragen aan meer zogenaamde responsiviteit van overheidshandelen; hoe sluit het beleid beter aan bij de waarden, leefwerelden, mogelijkheden, behoeften en zorgen van burgers? 

Zij voelen zich bij het maken van klimaatbeleid nog vaak onvoldoende gehoord als het gaat om het meewegen van hun belangen en zorgen. Als de overheid de perspectieven en signalen van burgers beter (her)kent, voelen zij zich meer betrokken en gezien. Burgers kunnen dan ook actiever en beter bij de ontwikkeling van beleid en de besluitvorming worden betrokken.