Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) bracht eind 2022 een reflectie uit op hoe de Nederlandse rijksoverheid de afgelopen tien jaar heeft nagedacht over de verdeling van verantwoordelijkheden tussen de staat en burgers, onder de titel Overdragen, delen en herstellen. Het rapport reconstrueert aan de hand van troonredes, regeringsverklaringen, nota’s en adviezen hoe visies op verantwoordelijkheid zijn verschoven sinds 2011 en welke ideeën daaraan ten grondslag lagen.
Wat opvalt is een duidelijke golfbeweging in beleidsparadigma’s. In de periode van 2011 tot 2013 zette de rijksoverheid in op een ‘participatiesamenleving’: burgers moesten meer verantwoordelijkheid nemen bij de uitvoering van beleid, gedreven door economische druk en bezuinigingen. In de jaren daarna (2014-2019) verschoof de aandacht: in plaats van primair te richten op burgers koos het beleid vaker voor overleg en overeenkomsten met maatschappelijke organisaties en marktpartijen om grote maatschappelijke opgaven te tackelen. Burgers kregen vooral uitvoerende taken, niet altijd zeggenschap over beleidskeuzes.
Zeggenschap bleef beperkt
Rond 2020 en later veranderde het beeld opnieuw door crises als corona, de toeslagenaffaire en aardbevingen in Groningen. De overheid nam meer directe verantwoordelijkheid om de samenleving draaiende te houden en sprak over het belang van een maatschappelijke dialoog met burgers. Toch constateert het SCP dat echte zeggenschap voor burgers beperkt bleef: zij werden vaak betrokken bij de uitvoering, maar nauwelijks bij de ontwikkeling van beleid. Wil de overheid burgers écht betrekken bij beleidsvorming, dan moet zij hen vanaf de start meenemen in het proces, en niet pas aan het einde bij de uitvoering, zo waarschuwt het SCP.
Waarom dit onderzoek?
Auteurs
Wieke Blijleven en Sjoerd Kooiker
