Toen rond 2015 grote aantallen statushouders in Nederland kwamen wonen, ontstonden op landelijk en lokaal niveau verschillende initiatieven om het integratieproces van deze nieuwkomers te bevorderen. In een aantal publicaties blikken we terug op de ontwikkelingen in het beleid. Op welke manier heeft het gevoel van urgentie van toen vorm gekregen in beleid?
Nederland kreeg rond 2015 te maken met grote aantallen asielzoekers uit onder meer Syrië en Eritrea. Er waren grote problemen om hen op te vangen en, na de asielprocedure, te huisvesten en zorg te dragen voor hun integratie. Op basis van een analyse van de integratie van eerdere vluchtelingengroepen en het destijds gevoerde beleid, pleitte de policy brief van 2015 ervoor om:
-
vroegtijdig te investeren in de Nederlandse taalbeheersing en participatie van vluchtelingen, bij voorkeur al in de opvang;
-
de periode in de opvang te verkorten en mensen sneller te huisvesten;
-
gemeenten weer een regierol te geven in het inburgeringsbeleid en vaker gebruik te maken van een aanpak die leren (taal en/of opleiding) en werken combineert.
Het motto toen: ‘geen tijd verliezen’. Het integratieproces van vluchtelingen die in de jaren negentig naar Nederland waren gekomen, verliep namelijk niet zonder problemen. Dit zagen we bijvoorbeeld in de arbeidsparticipatie die langzaam op gang op kwam. In een aantal publicaties kijken we terug op de beleidsontwikkelingen die zich sindsdien hebben voorgedaan.
Waarom dit onderzoek?
Auteurs
Jaco Dagevos, Djamila Schans, Ellen Uiters, Willem Huijnk, Maja Djundeva, Annemarie Ruijsbroek, Martine de Mooij, Floris Vermeulen, Ilse van Liempt, Richard Staring
