Van burgers wordt steeds vaker verwacht dat zij meedenken, meebeslissen en meedoen bij het aanpakken van maatschappelijke vraagstukken, zoals de energietransitie. Tegelijkertijd klinkt onder burgers juist een duidelijke roep om meer regie van de overheid. Dit onderzoek laat zien dat burgers en lokale overheden verschillend denken over wie op lokaal niveau aan zet is bij duurzame energieprojecten. Die verschillen hebben gevolgen voor het draagvlak, de haalbaarheid en de legitimiteit van beleid.
Verschillende ideeën over verantwoordelijkheid
Het SCP onderzocht hoe burgers en lokale ambtenaren denken over de verdeling van verantwoordelijkheden bij lokale duurzame energieprojecten. Daarbij ging het om de vraag: wie neemt het initiatief – burgers, bedrijven of de gemeente? In het onderzoek zijn drie situaties besproken: burgers aan zet, samenwerking tussen burgers en bedrijven, en gemeenten aan zet. De uitkomsten laten zien dat burgers en beleidsmakers deze situaties verschillend beoordelen. Wat de één wenselijk vindt, ziet de ander niet altijd als haalbaar.
Wat wenselijk is, is niet altijd haalbaar
Veel burgers vinden het belangrijk om zelf een rol te spelen bij lokale energieprojecten. Tegelijkertijd twijfelen zij of dat in de praktijk wel lukt. Zij maken zich zorgen over gebrek aan kennis en tijd, en over het risico dat niet iedereen kan meedoen. Ook vrezen zij dat een actieve rol vooral terechtkomt bij een kleine groep. Lokale ambtenaren kijken vaker naar wat praktisch en juridisch mogelijk is. Bij samenwerking met bedrijven is er vertrouwen in hun deskundigheid, maar ook zorg dat winstbelangen kunnen botsen met het publieke belang. Veel burgers zien de gemeente als de partij die het algemeen belang het beste kan bewaken, zolang daar voldoende middelen en wettelijke ruimte voor zijn.
Eerst duidelijkheid over doelen
Het SCP concludeert dat het belangrijk is om eerst duidelijk te maken wat het doel is van lokale energieprojecten. Denk aan een eerlijke verdeling, betrokkenheid van verschillende groepen en vertrouwen in het proces. Pas daarna kan worden bepaald wie welke rol krijgt. Ook is het nodig dat de overheid realistischer kijkt naar wat burgers kunnen en willen bijdragen. Dat helpt om beleid te maken dat uitvoerbaar is en op steun kan rekenen.
