In oktober 2024 presenteerden het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP), het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) een nieuwe, gezamenlijke methode om armoede in Nederland te meten. Deze methode vervangt de eerder gehanteerde vijf verschillende armoedegrenzen, en creëert één armoededefinitie. Die sluit beter aansluit bij de huidige samenleving en bij de werkelijke kosten van het leven.
De kern van de nieuwe methode is dat armoede niet alleen wordt bepaald op basis van inkomen, maar ook rekening houdt met werkelijke uitgaven aan belangrijke vaste lasten, zoals wonen, energie en zorgpremies. De methode kijkt ook naar wat er minimaal nodig is voor uitgaven die noodzakelijk zijn om volwaardig mee te kunnen doen aan de samenleving. Denk aan eten, kleding, communicatie en sociale participatie. Tot slot kijkt de methode ook naar financiële buffers die huishoudens kunnen gebruiken om een tekort aan inkomen (tijdelijk) te compenseren.
Berekening per huishoudtype
In de nieuwe methode wordt een huishouden wordt als arm beschouwd als het inkomen én het vrij opneembare vermogen samen niet volstaan om na betaling van de vaste lasten genoeg over te houden voor andere basisbehoeften (volgens de normbedragen). De nieuwe armoedegrens varieert naar huishoudtype; de berekening voor een alleenstaande bijvoorbeeld is anders dan die voor een gezin met kinderen.
Minder armen, meer armoede
Toepassing van deze nieuwe methode laat zien dat in 2023 ongeveer 540.000 mensen, onder wie 115.000 kinderen, in armoede leefden. Dat is 3,1 % van de bevolking. Die cijfers zijn lager dan in eerder toegepaste meetmethoden. De ernst van armoede bleek echter groter. Daarnaast zijn er veel mensen die nét boven de armoedegrens zitten en weinig financiële buffers hebben. Zij zijn potentieel kwetsbaar. De nieuwe aanpak biedt een duidelijker en toekomstbestendiger beeld van armoede in Nederland, dat beleidsmakers en maatschappelijke organisaties beter kan helpen bij armoedebestrijding.
Waarom dit onderzoek?
Armoede raakt direct aan de bestaanszekerheid van mensen en heeft ingrijpende gevolgen voor gezondheid, ontwikkeling en participatie. Huishoudens die structureel geld tekort komen, maken vaker schulden. Ze stellen zorg uit en ervaren meer stress, wat doorwerkt naar volgende generaties. Juist in een periode van hoge woon- en energiekosten en van onzekerheid op de arbeidsmarkt, is het volgens de bedenkers van de nieuwe methode cruciaal om armoede tijdig en nauwkeurig te signaleren. Een meetmethode die rekening houdt met werkelijke lasten en beschikbare buffers maakt zichtbaar wie acuut hulp nodig heeft, en voorkomt dat kwetsbare groepen buiten beeld blijven.
Een eenduidige en vooral realistische armoedemeting is essentieel voor effectief beleid en een eerlijk maatschappelijk debat. Door één gezamenlijke definitie voor armoede te gebruiken, kunnen de overheid en maatschappelijke organisaties beter vergelijken, gerichter ingrijpen en beleid beter evalueren. De nieuwe methode laat bovendien zien dat niet alleen het aantal mensen dat al in armoede leeft telt, maar dat ook de kwetsbare groep net boven de grens aandacht verdient. Middelen kunnen zo doelmatiger worden ingezet, preventie kan worden versterkt en sociale ongelijkheid kan structureel worden aangepakt. Dat draagt bij aan een inclusieve samenleving, waarin iedereen kan meedoen.
Het onderzoek is in nauwe samenwerking uitgevoerd door SCP, CBS en Nibud, en combineert statistische data met budgetexpertise. Op basis van grootschalige inkomens- en vermogensgegevens (CBS) zijn de werkelijke vaste lasten van huishoudens vastgesteld. Het Nibud heeft vervolgens bepaald hoeveel geld een huishouden minimaal nodig heeft voor uitgaven die noodzakelijk zijn om volwaardig aan de samenleving te kunnen deelnemen. Deze elementen zijn samengebracht in één rekenmethode, waarin zowel inkomen als vrij beschikbaar vermogen wordt meegewogen. De methode is getest op recente jaren om de uitkomsten te vergelijken met bestaande methodes, en om te beoordelen of de nieuwe manier van meten consistent en toepasbaar is.
Auteurs
Benedikt Goderis, Sander Muns (SCP), Marion van den Brakel, Kai Gidding, Reinder Lok, Ferdy Otten, Eveline Vandewal (CBS), Jasja Bos, Marcel Warnaar, Guus Wieman (Nibud).



