Ervaren groepsachterstelling is een van de meest genoemde verklaringen voor maatschappelijke en politieke onvrede. Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) onderzocht samen met de Universiteit Utrecht (UU) op verschillende maatschappelijke thema's in hoeverre Nederlanders vinden dat mensen zoals zijzelf worden benadeeld en andere groepen onterecht in het voordeel zijn. Dit zijn thema’s die voor mensen belangrijk zijn, namelijk wonen, werk, ruimte voor hun tradities en culturele uitingen, eerlijke rechtspraak en de mate waarin de politiek hen vertegenwoordigt. Uit het onderzoek blijkt dat de meeste mensen zich niet achtergesteld of in het voordeel voelen ten opzichte van andere groepen. Tegelijkertijd voelt een aanzienlijke minderheid zich op verschillende thema’s achtergesteld.

Beeld: © ANP Foto

Ervaren achterstelling vooral bij wonen en politieke vertegenwoordiging

Hoewel het maatschappelijke debat over boze en bezorgde burgers vaak draait om ervaren achterstelling, voelen de meeste Nederlanders zich niet achtergesteld. Voor alle onderzochte thema’s geldt dat de grootste groep zich noch achtergesteld, noch in het voordeel voelt. Tegelijk zien we dat een aanzienlijke minderheid in Nederland momenteel achterstelling ervaart, het meest op het gebied van wonen (30%) en bij de vertegenwoordiging door de politiek (28%). Mensen die achterstelling ervaren vinden dat meestal ook onrechtvaardig.

Grote verschillen naar opleiding in ervaren voordeel en achterstelling

Het onderzoek laat grote verschillen zien tussen groepen, vooral naar opleiding. Met name wo-opgeleiden zien mensen zoals zijzelf op elk domein juist meer in het voordeel dan andere opleidingsgroepen. Uit gesprekken blijkt dat zij op de meeste thema’s in een andere maatschappelijke werkelijkheid lijken te leven ten opzichte van mbo-opgeleiden. Zo zien veel wo-geschoolden culturele diversiteit eerder als een verrijking dan als een bedreiging, hebben ze vertrouwen in eerlijke rechtspraak en voelen zij zich goed vertegenwoordigd door politieke instituties.

In ons onderzoek zien mbo-opgeleiden de samenleving vaker als een strijdtoneel waarin groepen concurreren om schaarse middelen, aandacht en erkenning. Mbo-opgeleiden met én zonder migratieachtergrond hebben vergelijkbare zorgen: over concurrentie met nieuwkomers, een gebrek aan maatschappelijke erkenning, twijfel over de objectiviteit van rechters en afstand tot de politiek. Wel verschillen de groepen ten opzichte van wie ze zich achtergesteld voelen. Mbo-opgeleiden zonder migratieachtergrond vinden vaker dat mensen met een migratieachtergrond worden voorgetrokken. Mbo-opgeleiden met een migratieachtergrond ervaren juist dat mensen zoals zijzelf worden achtergesteld en gediscrimineerd op basis van hun herkomst. Deze tegengestelde ervaringen kunnen wederzijds begrip tussen deze groepen bemoeilijken, terwijl er juist veel overlap is in zorgen.

Verantwoordelijkheid voor achterstelling vooral bij politiek gelegd

Mensen voelen zich benadeeld ten opzichte van andere maatschappelijke groepen, maar leggen de verantwoordelijkheid daarvoor vaak bij de politiek. Hier ligt een belangrijke uitdaging voor het huidige kabinet. Tegen de achtergrond van frustraties over politieke keuzes en de uitvoering van beleid moeten zij beslissen hoe de beperkte overheidsmiddelen worden verdeeld. Omdat mensen sterke overtuigingen hebben over wat een eerlijke verdeling is, moet de politiek helder uitleggen hoe de lasten over groepen worden verdeeld en waarom die verdeling rechtvaardig is. Ervaren onrechtvaardigheid kan het draagvlak voor beleid verminderen en groepen tegenover elkaar zetten.

Perscontact

Ben je journalist en heb je vragen naar aanleiding van dit nieuwsbericht? Neem dan contact op met onze persvoorlichter.