In dit COB-bericht besteden we aandacht aan de mate waarin mensen ervaren dat hun eigen groep ten opzichte van andere groepen in de samenleving wordt achtergesteld of in het voordeel is. We onderzoeken hoe deze gevoelens spelen op verschillende terreinen, zoals wonen, werk, tradities, de rechtspraak en politieke vertegenwoordiging. De meeste Nederlanders voelen zich niet achtergesteld ten opzichte van andere groepen. Tegelijkertijd leven onder specifieke deelgroepen wel sterke gevoelens van achterstelling, die zij meestal als onrechtvaardig beschouwen. Het meest achtergesteld voelen mensen zich op het gebied van wonen en bij de vertegenwoordiging door de politiek.
De ervaringen verschillen onder meer naar opleiding en herkomst. Vooral wo-opgeleiden zien mensen zoals zijzelf op elk domein meer in het voordeel dan andere opleidingsgroepen. Nederlanders met een migratieachtergrond voelen zich minder vaak in het voordeel bij wonen, tradities of bij de vertegenwoordiging door de politiek. Daarnaast heeft deze groep vaker het gevoel te worden achtergesteld bij het vinden van een baan en bij de behandeling door rechters. Ook zien we verschillen in hoe mensen zichzelf en andere groepen beschrijven, ten opzichte van welke groepen ze achterstelling of voordeel ervaren en waarom ze deze situaties als terecht of onterecht beschouwen.
Het onderzoek laat zien dat mensen sterke overtuigingen hebben over wat voor hen een eerlijke verdeling is van schaarse middelen, politieke aandacht en maatschappelijke erkenning. Deze uiteenlopende perspectieven kunnen ertoe leiden dat groepen de samenleving en de rol van de overheid heel verschillend beoordelen. Juist wanneer de politiek moeilijke keuzes moet maken over de verdeling van schaarse middelen, is het van belang om inzicht te hebben in deze gevoelens van achterstelling en voordeel en expliciet te maken welke rechtvaardigheidsprincipes aan beleidskeuzes ten grondslag liggen.
Waarom dit onderzoek?
Steeds meer onderzoek laat zien dat het gevoel van groepsachterstelling van groot belang is voor hoe burgers naar de politiek en de samenleving kijken. In dit COB-bericht onderzoeken we in hoeverre mensen ervaren dat hun eigen groep ten opzichte van andere groepen in de samenleving wordt achtergesteld of in het voordeel is. We kijken daarbij naar vijf maatschappelijke thema’s: wonen, werk, ruimte voor hun tradities en culturele uitingen, eerlijke rechtspraak en de mate waarin de politiek hen vertegenwoordigt. We brengen in kaart waar en bij wie deze gevoelens van achterstelling en voordeel spelen, ten opzichte van welke groepen, en waarom mensen deze situaties als terecht of onterecht beschouwen. Daarmee combineren we een brede verkenning van ervaren groepsachterstelling met verdiepend inzicht in de ervaringen die daarachter schuilgaan.
Het SCP brengt de Nederlandse publieke opinie in kaart met het langlopende Continu Onderzoek Burgerperspectieven (COB). In dit derde bericht is onderzocht in hoeverre mensen ervaren dat zij in verschillende economische, culturele en politiek-rechtsstatelijke domeinen worden achtergesteld of juist bevoordeeld. Daarbij is er niet alleen aandacht voor de opvattingen en ervaringen van mensen, maar vooral ook voor de achterliggende redenen. Juist wanneer de politiek moeilijke keuzes moet maken over de verdeling van schaarse middelen, is het van belang om inzicht te hebben in deze gevoelens van achterstelling en voordeel en expliciet te maken welke rechtvaardigheidsprincipes aan beleidskeuzes ten grondslag liggen.
De bevindingen in dit onderzoek zijn gebaseerd op wetenschappelijke literatuur, (open) enquêtevragen en focusgroepen.
Dit onderzoeken we ook
Op 2 november a.s. verschijnt Burgerperspectieven 2026 De Stemming waarin we de publieke stemming in Nedrland peilen.
In 2027 voert het SCP binnen het langlopende Continu Onderzoek Burgerperspectieven opnieuw drie peilingen uit, waarin telkens een specifiek thema centraal staat en de stemming in de samenleving over de maatschappij en de politiek wordt onderzocht. Het thema van het volgende COB is: Technostress.
Auteurs
Koen Damhuis (Universiteit Utrecht), Emily Miltenburg, Leonard van ’t Hul en Sander Kunst
