Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) nam de beleving van globalisering onder de loep door te kijken naar hoe Nederlanders denken over de steeds meer verbonden wereld en hoe zij die globalisering ervaren op de werkvloer. In de publieke discussie klinkt vaak de veronderstelling dat burgers globalisering moe zijn of die juist steeds meer afwijzen, maar dat beeld klopt niet met de gegevens. Uit grootschalige enquêtes blijkt dat Nederlanders gemiddeld genomen tamelijk positief staan tegenover globalisering.

Dat geldt ook ten aanzien van thema’s als de Europese Unie, klimaatverandering en handelsverdragen. Dit positieve sentiment blijft bestaan zelfs midden in de coronacrisis, en is sterker dan in veel andere Europese landen. Toch is er geen uniform draagvlak. De evaluaties lopen sterk uiteen per sociaaldemografische groep en politieke richting. Hoger opgeleiden voelen vaker dat zij profiteren van open grenzen. Lager opgeleiden zijn gemiddeld kritischer en koppelen globalisering vaker aan ervaren nadelen, zoals onzekerheid over werk of culturele veranderingen.

Zelden directe conflictbron

Verder blijken onvrede over globaliseringsverschijnselen en algemeen maatschappelijk onbehagen vaak samen te gaan; niet zelden fungeren bredere zorgen over de samenleving en politiek als voedingsbodem voor kritiek op globalisering. Op de werkvloer zijn de meningen over globalisering net zo gemengd. Collega’s uit verschillend culturele en nationale achtergronden delen hun ervaringen open, maar globalisering zelf is zelden de directe bron van conflicten.

Geen brede weerstand

Werkenden signaleren eerder praktische uitdagingen, zoals taalverschillen of een gevoel van minder zeggenschap, dan een fundamentele afwijzing van internationale samenwerking. Het SCP concludeert dat globalisering in Nederland niet op brede weerstand stuit, maar dat de maatschappelijke verschillen in beleving en waardering beleidsmakers en werkgevers voor uitdagingen stellen, vooral waar het gaat om sociale cohesie en werkervaringen.

Waarom dit onderzoek?

Auteurs

Paul Dekker, Evelien Boonstoppel, Menno Hurenkamp, Iris Middendorp en Evelien Tonkens

Download het onderzoek