Het (SCP) onderzoekt hierin of verhoging van het wettelijk minimumloon en de daaraan gekoppelde bijstandsuitkeringen kan worden beschouwd als een effectief middel om niet alleen de financiële positie, maar ook de bredere welvaart en het welbevinden van mensen met lage inkomens te verbeteren. Aanleiding is de substantiële verhoging per 1 januari 2023, bedoeld om koopkrachtverlies door hoge inflatie te compenseren, en de geplande invoering van een minimumuurloon in 2024.
Het rapport richt zich op de vraag in hoeverre inkomensverhogingen kunnen bijdragen aan verbeteringen in niet-financiële uitkomsten, zoals gezondheid, mentale gesteldheid en algemene levenstevredenheid. Uit bestaande gegevens blijkt dat mensen met lage inkomens gemiddeld slechter scoren op deze aspecten dan mensen met midden- en hoge inkomens. Zij ervaren vaker stress, hebben vaker gezondheidsproblemen en rapporteren een lager subjectief welbevinden. De centrale vraag is of een stijging van het inkomen deze verschillen kan verkleinen.
Beperkte effecten
Op basis van een ex-ante analyse concludeert het SCP dat de verhoging van minimumloon en bijstand weliswaar leidt tot een verbetering van het besteedbaar inkomen en daarmee bijdraagt aan bestaanszekerheid, maar dat op korte termijn slechts beperkte effecten te verwachten zijn op gezondheid en welbevinden. De relatie tussen inkomen en deze uitkomsten blijkt complex, en wordt beïnvloed door andere factoren, zoals arbeidsomstandigheden, gezondheidstoestand en leefsituatie.
Geen oplossing op zich
Het SCP benadrukt dat inkomensbeleid een belangrijk onderdeel is van armoedebestrijding, maar geen op zichzelf staande oplossing vormt voor bredere ongelijkheid in welvaart en welzijn. Voor structurele verbeteringen zijn aanvullende beleidsmaatregelen nodig, die zich richten op de onderliggende omstandigheden en kansen van mensen met lage inkomens.
