Dit rapport biedt de resultaten van onderzoek naar hoe de bijstand in de praktijk uitwerkt voor mensen die (nog) niet in staat zijn om betaald werk te verrichten. De Participatiewet is sterk gericht op uitstroom naar werk, maar voor een grote groep bijstandsgerechtigden is dat geen realistisch perspectief. Zij kunnen bijvoorbeeld door gezondheidsproblemen, psychische klachten of een opeenstapeling van andere problemen niet aan het werk. Voor hen draait passende ondersteuning daarom minder om werk en meer om stabiliteit, begeleiding en kwaliteit van leven.
Uit gesprekken met bijstandsgerechtigden, klantmanagers en beleidsmedewerkers blijkt dat de huidige uitvoering vaak te weinig ruimte biedt voor maatwerk. Regels en verplichtingen staan centraal, terwijl de persoonlijke situatie van mensen onvoldoende wordt meegewogen. Dit leidt tot spanningen in de relatie tussen professionals en cliënten, en tot een gebrek aan wederzijds vertrouwen. Bijstandsgerechtigden voelen zich gecontroleerd en gewantrouwd, terwijl professionals aangeven dat zij zich door wet- en regelgeving beperkt voelen in hun mogelijkheden.
Meer vertrouwen, minder controle
Het SCP doet daarom drie samenhangende aanbevelingen. Ten eerste pleit het bureau voor meer vertrouwen en minder nadruk op controle, zodat professionals ruimte krijgen om ondersteuning beter af te stemmen op wat iemand nodig heeft. De tweede aanbeveling is om kwaliteit van leven en stabiliteit expliciet als doelen van de bijstand te erkennen, naast (of in plaats van) betaald werk. Voor sommige mensen is behoud van gezondheid, rust en sociale samenhang realistischer en waardevoller dan uitstroom naar werk. Tot slot pleit het SCP voor meer maatwerk en professionele ruimte, zodat gemeenten en klantmanagers beter kunnen inspelen op complexe situaties.
Waarom dit onderzoek?
Het SCP deed dit onderzoek omdat er in het beleid en de praktijk steeds meer vragen waren over de aansluiting van de Participatiewet op de werkelijkheid van bijstandsgerechtigden die niet kunnen werken. Vooruitlopend op een fundamentele herziening van de Participatiewet wilde het SCP inzicht geven in hoe de wet nu werkt, waar het knelt en wat dat betekent voor mensen die ondersteuning nodig hebben.
Er is een behoorlijk grote groep bijstandsgerechtigden voor wie uitstroom naar betaald werk (nog) niet realistisch is, bijvoorbeeld door gezondheidsproblemen of andere beperkingen. Deze mensen blijven vaak zonder passende ondersteuning achter als het beleid vooral op werk blijft focussen, waar het huidige systeem op is ingericht. Dit heeft gevolgen voor hun kwaliteit van leven, maar ook voor de effectiviteit van het sociale stelsel in het algemeen. Dit rapport draagt bij aan het zichtbaar maken van deze urgente knelpunten.
Dit onderzoek laat zien dat het huidige bijstandsbeleid — dat sterk gericht is op werk — niet genoeg oog heeft voor mensen die juist bijstand nodig hebben zonder in staat te zijn om betaald werk te verrichten. Hierdoor leven veel mensen langdurig in een situatie van onzekerheid en ervaren zij geen perspectief op verbetering. Door te onderzoeken hoe ondersteuning in de praktijk verloopt, biedt het rapport kennis die kan helpen bij het uitdenken van beleid dat beter aansluit bij deze groep.
Auteurs
Patricia van Echtelt, Evelien Eggink, Peggy Schyns, Khadija Kadrouch-Outmany en Sabrina Dinmohamed
