In dit COB-bericht bekijken we de stemming over de maatschappij en de politiek in de winter van 2025/2026 en het voorjaar van 2026. We gebruiken hiervoor gegevens uit de enquête Nederland in Beeld (NIB, tot en met februari 2026) en een aanvullende enquête in het LISS-panel (april 2026). De NIB-data zijn grotendeels verzameld voor de beëdiging van het kabinet-Jetten en de oorlog in Iran; het LISS-veldwerk vond daarna plaats.
Mensen zijn minder negatief over het land en de politiek, wel bezorgd en kritisch
In de winter van 2025/2026 werd de stemming over het land en de politiek minder negatief, maar een meerderheid blijft van mening dat Nederland de verkeerde kant opgaat (53%) en geeft de regering een onvoldoende voor vertrouwen (52%). Mensen maken zich zorgen over immigratie, het tekort aan betaalbare woningen, nationale en internationale politieke onrust, de manier van samenleven en de hoge prijzen. Ook over de internationale politieke situatie is een meerderheid (58%) bezorgd. Dat is fors meer dan vóór de oorlog in Oekraïne (39%).
Opinievorming is meer dan algoritme: de kracht van de omgeving
Naast de stemming over de maatschappij en de politiek deden we in samenwerking met de Vrije Universiteit Amsterdam (VU) onderzoek naar de invloed die (sociale) media, de sociale omgeving en eigen ervaringen hebben op hoe mensen hun mening vormen over politieke en maatschappelijke kwesties en op het proces van opinievorming.
Waarom dit onderzoek?
Met het langlopende Continu Onderzoek Burgerperspectieven (COB) volgt en duidt het SCP ontwikkelingen in de Nederlandse publieke opinie. Het SCP onderzoekt hoe burgers vinden dat het gaat met Nederland, hoe ze aankijken tegen maatschappelijke en politieke kwesties en waarover ze zich zorgen maken. Het COB besteedt niet alleen aandacht aan wat mensen vinden, maar vooral ook aan de vraag waarom mensen iets vinden.
De rol van media is door digitalisering en sociale media explicieter en zichtbaarder geworden. Denk bijvoorbeeld terug aan hoe het coronanieuws dagelijks via talkshows, pushmeldingen en sociale media binnenkwam en zo het gesprek aan de keukentafel bepaalde. Media spelen een centrale rol in hoe mensen hun mening vormen en proberen te begrijpen wat er in de wereld gebeurt. Wat mensen zien via nieuws, sociale media of anderen helpt hen om gebeurtenissen te duiden en er een oordeel over te vormen. Media bepalen voor een deel waar we het over hebben, welke kant van een verhaal we zien en hoe we daar vervolgens met anderen over praten. Media zijn echter niet de enige factor. Ook iemands eigen ervaringen en achtergrond tellen mee.
In dit themabericht zijn uiteenlopende dataverzamelingen gebruikt. Voor hoofdstuk 2 is gebruik gemaakt van langlopend verkiezingsonderzoek van de Vrije Universiteit Amsterdam. In hoofdstuk 3 zijn gegevens gebruikt uit grootschalige representatieve surveys en individuele interviews. In hoofdstuk 2 gebruiken we verkiezingsonderzoek van de Vrije Universiteit Amsterdam (VU). De VU onderzoekt rond Tweede Kamerverkiezingen de relatie tussen mediagebruik en stemgedrag.
Voor hoofdstuk 3 voegden we enkele gesloten en open vragen toe aan een COB-meting in het LISS-panel in december 2025. Het LISS-panel is tot stand gekomen op basis van een kanssteekproef van huishoudens, door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) uit het populatieregister getrokken.
Voor hoofdstuk 3 heeft onderzoeksbureau Motivaction in opdracht van het Sociaal en Cultureel Planbureau tussen 27 januari en 2 februari individuele interviews afgenomen. In de interviews is mensen gevraagd hoe zij vinden dat het met Nederland gaat, waarom ze dat vinden en waar zij hun beeld over voor hen belangrijke maatschappelijke kwesties op baseren.
- Nederland in Beeld (NIB)
- Continue Onderzoek Burgerperspectieven (COB)
- COB-LISS Centerdata
- Verkiezingsonderzoek Vrije Universiteit
Dit onderzoeken we ook
In het laatste kwartaal van 2026 behandelt het SCP door middel van het langlopende Continu Onderzoek Burgerperspectieven (COB) een nieuw thema en bekijken we opnieuw de stemming over de maatschappij en de politiek.
Auteurs
Josje den Ridder, Mariken van der Velden en Sarah Hardus,
m.m.v. Damian Trilling, Tim Groot Kormelink en Marie Verstappen


