Het rapport Verschil in Nederland 2014–2020 brengt in kaart hoe ongelijkheid is verdeeld over de Nederlandse bevolking en hoe deze tussen 2014 en 2020 veranderde. Het werk bouwt voort op eerdere SCP-analyse, waarin de samenleving werd ingedeeld in zes sociale groepen op basis van hulpbronnen zoals inkomen, werk, opleiding, gezondheid, sociale netwerken en culturele positie.

Uit deze editie blijkt dat de structurele verschillen tussen deze groepen niet ingrijpend zijn veranderd, zelfs in een periode met relatief gunstige economische omstandigheden en beleid gericht op het verminderen van achterstanden. 

Bovenlaag tot precariaat

De zes groepen variëren van de gevestigde bovenlaag, die wordt gekenmerkt door veel hulpbronnen, tot het precariaat, dat in vrijwel alle kapitaalvormen achterblijft. Tussen deze twee uitersten bevinden zich groepen als de werkende middengroep, de comfortabele gepensioneerden en de onzekere werkenden. 

Cohesie onder druk

Het rapport benadrukt dat ongelijkheid niet alleen materiële consequenties heeft voor individuen, maar ook samenhangt met verschillen in visie op de samenleving, sociale spanningen en vertrouwen in instituties. Dit kan sociale cohesie onder druk zetten en de collectieve welvaart negatief beïnvloeden, bijvoorbeeld wanneer talenten onbenut blijven of groepen zich politiek onvertegenwoordigd voelen. 

Waarom dit onderzoek?

Auteurs

Stella Hoff, Cok Vrooman, Jurjen Iedema, Jeroen Boelhouwer, Jeanet Kullberg

Download het onderzoek