In dit rapport onderzoekt het SCP waarom vrouwen in Nederland nog steeds ondervertegenwoordigd zijn in management- en topfuncties, ook al is hun aandeel de afgelopen decennia langzaam toegenomen. Op basis van uitgebreide kwantitatieve analyses concludeert het SCP dat de belangrijkste verklaring ligt in de manier waarop arbeid en loopbanen zijn georganiseerd: arbeidsduur blijkt de sterkste determinant van de positie van vrouwen in leidinggevende functies.
Vrouwen werken veel vaker in deeltijd dan mannen. Deeltijdwerk en het maken van weinig overuren verminderen de kansen op doorstroom naar hogere functies significant. Organisatieculturen waarin managementfuncties niet of nauwelijks in deeltijd worden aangeboden, versterken deze kloof verder. Deeltijdwerkers worden bovendien soms gezien als minder ambitieus.
Beperkte doorstroom
Het rapport laat zien dat de ondervertegenwoordiging niet komt door een hogere uitstroom van vrouwen uit topfuncties, maar vooral door een beperkte doorstroom vanaf lagere niveaus. Verder spelen factoren als sector, opleidingsrichting en organisatiecultuur een rol, maar deze zijn minder bepalend dan arbeidsduur.
Breed pakket aan beleid
Het rapport benadrukt dat maatregelen die zijn gericht op diversiteit en gelijke kansen alleen effectief zijn als ze gepaard gaan met daadwerkelijke betrokkenheid van topmanagement en een breed pakket aan stimulerend beleid, bijvoorbeeld rond arbeidsvoorwaarden, loopbaanontwikkeling en flexibel werk. Het rapport onderstreept dat een maatschappelijke discussie over werk, organisatie en de structuur van carrières nodig is om de genderkloof op leidinggevend niveau te verkleinen.
Waarom dit onderzoek?
Vrouwen blijven wereldwijd en in Nederland schaars vertegenwoordigd in hogere management- en topfuncties, wat niet alleen individuele carrièremogelijkheden beperkt, maar ook economische potentie en innovatie onderbenut laat. De ondervertegenwoordiging wijst op structurele barrières in de arbeidsmarkt, zoals de koppeling tussen voltijdwerk en carrièrekansen. Die blijken hardnekkig en vereisen maatschappelijk debat, zeker ook in een tijd van personeelstekorten en veranderende arbeidsnormen.
Dit onderzoek raakt aan de kern van gendergelijkheid, arbeidsmarktparticipatie en inclusieve loopbaanontwikkeling. Het verklaart waarom beleid gericht op arbeidsparticipatie en managementdiversiteit zelden effect heeft zonder aandacht voor de wijze waarop werk- en loopbaanpaden zijn ingericht. De inzichten dragen bij aan discussies over flexibiliteit, organisatiecultuur en carrièremogelijkheden, thema’s die bepalend zijn voor economische groei, sociale rechtvaardigheid en het benutten van talent, ongeacht gender.
Het rapport is gebaseerd op representatieve, kwantitatieve analyses van verschillende grote databestanden — zoals de Enquête Beroepsbevolking (CBS), SCP-enquêtes en andere arbeidsstatistieken — om patronen van instroom, doorstroom en uitstroom van mannen en vrouwen naar en in management- en topfuncties te onderzoeken. Daarbij zijn hypothesen getoetst over factoren als arbeidstijd, sector, opleiding, organisatiekenmerken en stereotiepe rollen, waarna het relatieve belang van deze factoren is vastgesteld voor de ondervertegenwoordiging van vrouwen.
- Vrouwen in besluitvorming (VIB)
- Arbeidsaanbodpanel (AAP)
- Emancipatie-opinies (EMOP)
- Enquête Beroepsbevolking (CBS)
- Eurostat
- Personeels- en Mobiliteitsonderzoek (Ministerie van BZK)
Auteurs
Gerelateerde publicaties
Eens deeltijd, altijd deeltijd. Waarom vrouwen in deeltijd blijven werken als ze 'uit' de kleine kinderen zijn
Lees verderVerschillende wegen naar leidinggeven
Lees verderDe veranderende arbeidsmarkt
Lees verderKennisnotities over financiering kinderopvang
Lees verderDe waarde van werk, nu en in de toekomst
Lees verderRegie nemen, ruimte geven – Roep om een rechtvaardige verdeling
Lees verder
