In Een brede blik op bijstand onderzoekt het Sociaal en Cultureel Planbureau waarom de huidige Participatiewet - de wet die sinds 2015 de bijstand regelt - tekortschiet in het ondersteunen van bijstandsgerechtigden in Nederland. De Participatiewet is primair gericht op de uitstroom naar betaald werk, maar veel bijstandsgerechtigden kampen met meerdere belemmeringen in hun leven, zoals gezondheidsproblemen, schulden, beperkte administratieve vaardigheden of een klein sociaal netwerk. Daardoor is werk niet altijd een realistisch perspectief.
Het rapport laat zien dat deze stapeling van problemen vaak samenhangt met een slechtere maatschappelijke positie en mindere deelname aan sociale activiteiten. Veel van de betrokken mensen ontvangen bovendien vanuit het gemeentelijke sociaal domein onvoldoende ondersteuning, ook al bieden wetten als de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) of de Jeugdwet instrumenten die verder gaan dan alleen werkgericht beleid.
Brede blik op meedoen
Het SCP concludeert dat de focus op betaald werk moet worden verbreed naar een brede blik op meedoen in de samenleving, waarin ook andere vormen van maatschappelijke participatie, kwaliteit van leven en aangepaste ondersteuning centraal staan. Het rapport biedt kwantitatieve inzichten in de problematiek en de mate van ondersteuning vanuit gemeenten, en levert input voor de lopende discussie over een fundamentele herziening van de Participatiewet.
Waarom dit onderzoek?
Armoede raakt direct de levens van tienduizenden mensen in Nederland; het is niet alleen een kwestie van onvoldoende inkomen, maar heeft brede sociale gevolgen. Traditionele armoededefinities versplinterden de meetmethoden, waardoor beleidsmakers en maatschappelijke organisaties niet eenduidig konden vaststellen wie arm is en welke groepen het hardst getroffen worden. Dit gebrek aan een uniforme maatstaf belemmert effectieve aanpak en gerichte interventies. Met één nieuwe armoedegrens willen CBS, SCP en Nibud dit probleem ondervangen.
Armoede is in Nederland nog altijd een wezenlijk probleem, dat tot maatschappelijk ongenoegen en ongelijkheid leidt. Een uniforme armoedegrens helpt beleidsmakers, onderzoekers en maatschappelijke organisaties om heldere, vergelijkbare en valide cijfers te hebben, cruciaal voor het formuleren van beleid, het monitoren van trends en het evalueren van effecten van sociale voorzieningen. Bovendien draagt een sociale maatstaf die rekening houdt met werkelijke uitgaven en vermogens bij aan een beter begrip van wat armoede betekent.
Het tussenrapport is een gezamenlijk product van CBS, Nibud en SCP. De nieuwe armoedegrens is gebaseerd op Nibud’s herziene minimumvoorbeeldbegrotingen en getoetst door het SCP, onder meer via focusgroepen. Het CBS levert statistische informatie en zal onderzoeken welke uitgaven huishoudens daadwerkelijk noodzakelijk achten. Bovendien bevat het rapport een update van armoedecijfers volgens SCP’s bestaande criterium. Het geheel is opgesteld in samenwerking met de Commissie Sociaal Minimum, die aan de Tweede Kamer adviseert over bestaansminimumnormen.
- Sociaal Domein Index (SDI)
- CBS Microdata
Auteurs
Gerelateerde publicaties
De nieuwe methode om armoede in Nederland te meten
Lees verderDe leefwerelden van arm en rijk
Lees verderVerhoging van minimumloon en bijstand als wondermiddel voor welvaart en welbevinden van de lage inkomensgroep?
Lees verderReflectie brede welvaart: Prinsjesdag 2024
Lees verderVerankering van brede welvaart in de begrotingssystematiek
Lees verderOnderzoeksverslag Effecten van beleid op welbevinden
Lees verder
