In het rapport Bestaansonzekerheid vanuit de beleving van mensen laten we de leefwereld van mensen in bestaansonzekerheid zien, om zicht te krijgen op de knelpunten die zij ervaren in hun dagelijks leven en de kansen die zij zien voor verbetering van hun situatie.
Het maatschappelijk bewustzijn dat bestaansonzekerheid niet alleen gaat over te weinig geld, maar ook over andere aspecten van het leven van mensen, groeit. Het eerste deel van dit rapport geeft meer zicht op deze aspecten. Een verbetering van de situatie van mensen in bestaansonzekerheid vraagt ook om interventies die aangrijpen op institutionele kaders en sociaal-culturele factoren, zoals bestaande stereotypen en sociale normen.
Wat mensen bestaans(on)zeker maakt, is mede een gevolg van de normen en waarden die dominant zijn in onze maatschappij, en die zodoende geïnstitutionaliseerd zijn. Deze maatschappelijke context komt mede tot stand door beleidskeuzes, en kan zo ook deels weer worden veranderd.
Handvatten voor beleid
Om te onderzoeken wat de overheid kan doen om met de opgedane inzichten de bestaanszekerheid van mensen te vergroten, organiseerden we een wetenschapsdialoog en twee ontwerpsessies met beleidsmakers, ervaringsdeskundigen, wetenschappers en vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties en initiatieven. In het tweede deel van het rapport beschrijven we dit ontwerptraject en de resultaten ervan. In de ontwerpsessies kwamen we tot drie concrete denkrichtingen voor beleid: het programma meedoen op maat, het versterken van buurtverbinders aanpakken en een ervaringsstage voor ambtenaren.
Waarom dit onderzoek?
Bestaanszekerheid is een grondrecht. Toch leeft een aanzienlijke groep in Nederland in bestaansonzekerheid. Daarin spelen naast geldzorgen, immateriële en sociale aspecten zoals uitsluiting, schaamte en onzekerheid een belangrijke rol. Mensen in bestaansonzekerheid komen vaak via hun problemen in beeld bij de overheid, terwijl de maatschappelijke oorzaken van bestaansonzekerheid vaak onderbelicht blijven in beleid en in de maatschappij. Daardoor worden de problemen en oplossingen al snel gezocht bij het individu. Nieuwe perspectieven op beleid zijn nodig om dit te veranderen en ervoor te zorgen dat deze mensen een gevoel van eigenaarschap ervaren, sociale vangnetten worden versterkt en zij meer vertrouwen krijgen in een overheid die aandacht heeft voor wat mensen willen, kunnen en nodig hebben.
Er is bij burgers en beleidsmakers een sterke behoefte om beleid beter te laten aansluiten bij de leefwereld van mensen. Een manier om dit te doen is om gebruik te maken van kennis over die leefwereld van mensen. Om beter te begrijpen en te leren hoe de kwaliteit van beleid verder verbeterd kan worden, onderzoeken we in dit rapport de veronderstellingen over gedrag en het gebruik van gedragskennis.
In de zomer van 2024 deden twee onderzoekers oriënterend veldwerk. Op basis daarvan werden locaties geselecteerd voor verdiepend onderzoek. Tussen oktober 2024 en januari 2025 deden drie onderzoekers op deze locaties twee à drie dagen per week participerende observaties en hielden zij diepte-interviews. In totaal waren er 62 momenten van participerende observatie en werden er 31 diepte-interviews afgenomen. De observaties en interviews zijn vervolgens thematisch geanalyseerd.
Dit onderzoeken we ook
Eerder dit jaar (2026) onderzochten we hoe gedragsinzichten kunnen bijdragen aan realistischer, effectiever en mensgerichter beleid. Uit het onderzoek blijkt dat deze inzichten in de praktijk nog niet altijd optimaal worden benut. Zo worden ze vaak pas later in het beleidsproces toegepast. In het rapport Gedragsinzichten voor mensgerichter beleid laten we zien welke kansen er liggen om gedragsinzichten eerder en beter te benutten.
In het meerjarenplan van het SCP wordt ook de komende jaren onderzoek gedaan naar het thema bestaansonzekerheid. We onderzoeken bijvoorbeeld wat de effecten zijn van het Maatschappelijk Meedoen Budget dat de gemeente Wageningen heeft geintroduceerd.
