In Verschil in Nederland schetst het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) een tijdsbeeld van de Nederlandse samenleving in 2014, waarin de verzorgingsstaat krimpt en de nadruk steeds meer op individuele verantwoordelijkheid komt te liggen; een ontwikkeling die vragen oproept over groeiende maatschappelijke tegenstellingen. Het rapport zoekt uit of deze zorgen steek houden. Zijn verschillen tussen groepen groter geworden? En heeft dat effect op de kansen van burgers?
Het SCP baseert zich op uitgebreid empirisch materiaal, waaronder een representatieve enquête onder bijna 3.000 Nederlanders en nieuwe vignettenstudies die de invloed van fysieke en mentale kenmerken op arbeidsmarktkansen in kaart brengen. In plaats van ongelijkheid enkel te meten in inkomen, richt het rapport zich op een veel breder palet aan hulpbronnen: economisch kapitaal, sociaal netwerk, cultureel kapitaal en persoonskapitaal (gezondheid en uiterlijk).
Samenloop van kansen
Op basis van deze veelzijdige data identificeren de onderzoekers zes sociale groepen binnen Nederland. Twee daarvan bevinden zich duidelijk op achterstand: zij missen de hulpbronnen die anderen juist wel bezitten. Deze verdeling laat zien hoe ongelijkheid niet alleen gaat over geld, maar over een samenloop van kansen en kapitaalvormen die elkaar versterken.
Kloof tussen elite en burger
Tegelijkertijd brengt het onderzoek knelpunten aan het licht in sociale verhoudingen: de spanningen tussen etnische groepen en de kloof tussen machtselite en ‘gewone’ burgers blijken sterker aanwezig dan vaak gedacht. Door zowel objectieve verschillen als persoonlijke percepties te belichten, toont het SCP dat maatschappelijke ongelijkheid een complex samenspel is van structurele factoren en ervaren tegenstellingen. Dat heeft niet alleen gevolgen voor individuen, maar ook voor de samenleving als geheel.
Waarom dit onderzoek?
De verzorgingsstaat wordt teruggeschroefd en burgers worden steeds vaker zelf verantwoordelijk gehouden voor hun welzijn, werk en zorg. Juist dan is de vraag cruciaal of iedereen wel over dezelfde uitgangspositie beschikt. Als verschillen in inkomen, gezondheid, opleiding en sociale netwerken toenemen, dreigt een samenleving waarin kansen ongelijker worden verdeeld en waarin sommige groepen structureel achterop raken. Het rapport adresseert daarmee een kernvraag onder de Nederlandse sociale stabiliteit.
Het onderzoek laat zien dat verschillen niet alleen over geld gaan, maar over een samenspel van hulpbronnen dat bepaalt hoe mensen zich redden in het dagelijks leven. Door ook ervaren spanningen en tegenstellingen te onderzoeken - bijvoorbeeld tussen hoger en lager opgeleiden, tussen etnische groepen en tussen burgers en elites - maakt het rapport zichtbaar hoe ongelijkheid doorwerkt in vertrouwen, samenhang en draagvlak voor beleid. Daarmee biedt het onderzoek belangrijke inzichten voor beleidsmakers, media en maatschappelijke organisaties.
Het SCP combineert voor dit stuk verschillende onderzoeksbenaderingen. De kern wordt gevormd door een grootschalige, representatieve enquête onder bijna 3.000 Nederlanders. Die werd aangevuld met zogeheten vignettenstudies, waarin respondenten oordelen over fictieve personen. Zo konden onderzoekers nagaan hoe kenmerken als gezondheid, opleiding of uiterlijk kansen op de arbeidsmarkt beïnvloeden. Door deze kwantitatieve data te koppelen aan theoretische inzichten over sociaal, cultureel en economisch kapitaal ontstaat een rijk en genuanceerd beeld van ongelijkheid in Nederland.
- AAP 2010-2012
- CBS Statline
- Culturele veranderingen in Nederland: 1975-2012/2013
- Enquête beroepsbevolking: EBB 1992-2013
- Ervaren discriminatie: ErDis 2013
- Eurobarometers: EB 1970-2002, voorjaarsmetingen EB 1959-1977
- Geomarktprofielen: GMP 1998, 2002, 2006, 2010
- Inkomenspanelonderzoek: IPO 1989-2012
- International Social Survey Programme: ISSP 1987, 2009-2013
- Nationaal kiezersonderzoek: NKO 1986-2012
- Sociale positie en voorzieningengebruik van allochtonen: SPVA 1998, 2002
- Survey integratie minderheden: SIM 2006, 2011
- Verschil in Nederland: ViN 2014
- Woningbehoefte onderzoek: WBO 1981/1982, 1993/1994, 2002
- Woononderzoek Nederland: WoON 2012
Auteurs
Cok Vrooman, Mérove Gijsberts, Jeroen Boelhouwer
Gerelateerde publicaties
Verschil in Nederland 2014-2020
Lees verderDe leefwerelden van arm en rijk
Lees verderDe nieuwe methode om armoede in Nederland te meten
Lees verderEigentijdse ongelijkheid. De postindustriële klassenstructuur op basis van vier typen kapitaal - Verschil in Nederland 2023
Lees verderOp weg naar een nieuwe armoedegrens
Lees verderOnderzoeksverslag Effecten van beleid op welbevinden
Lees verder